Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

site search by freefind advanced

Verhalen en/of foto's over de Utrechtse Heuvelrug zijn welkom.... op dit mailadres

Wat is er te doen in Amerongen en de rest van de Heuvelrug??? Evenementen en activiteiten, proberen we allemaal te plaatsen op onze facebook pagina:

Stelt u dat op prijs? Like dan onze pagina.

NB: Alle foto's op deze site zijn te vergroten door er op te klikken.

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©2014 Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer


tellers
Locations of visitors to this page

eXTReMe Tracker
Disclaimer
Laatste artikelen

De knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans) is een plant. In de 23e druk van de Heukels wordt ze ingedeeld in de aspergefamilie (Asparageaceae), maar volgens het APG II-systeem is het ook toegestaan de soort te plaatsen in de hyacintenfamilie (Hyacinthaceae).

Lees meer...

Vanmiddag een rondje Cothen- Langbroek gefietst, om wat bloesem op de foto te zetten.




Lees meer...

Deze kerk ook wel bekend als St. Agneskerk, heeft een lange geschiedenis, die begon rond 1200. In de loop van de 800 jaren van haar bestaan heeft het gebouw diverse veranderingen ondergaan.

Als gevolg van een uit de hand gelopen schermutseling rondom Rhijnestein - tussen troepen van graaf Willen V van Holland, en van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht - werd het kerkgebouw in 1355 door brand vrijwel geheel verwoest. Omstreeks 1400 is met de herbouw van het restant begonnen.
De kerk kwam in 1445 gereed, de toren in 1464. De aangebouwde sacristie, thans consistoriekamer, dateert van 1520.
In 1672 werd het gebouw opnieuw verwoest, maar nu door Franse troepen. Van het gebouw bleef slechts een deel van het koor bewaard. Toch is men met de herbouw begonnen en pas in 1735 was de kerk gereed; de toren werd niet meer opgebouwd. Hier meer over deze kerk


Reacties

Het gaat hard, de kers achter de tabaksschuur bloeit nu volop.




Lees meer...

Het akkervergeet-mij-nietje (Myosotis arvensis) is een in België en Nederland algemeen voorkomende, tot 60 cm hoge plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). Het werd vroeger "middelst vergeet-mij-nietje" genoemd.

Lees meer...

De judaspenning (Lunaria annua) is aantrekkelijk voor vlinders. De plant ontsnapt vaak uit tuinen en groeit dan langs bosranden, bij heggen, en in wegbermen. De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa. De plant dankt zijn naam aan de zaaddoosjes die op penningen lijken. Judas verraadde Jezus voor geld. Volgens sommige volkslegendes zou Judas toen hij zich verhing aan een boom, de zilverstukken onder zijn galg hebben laten vallen of hebben weggeworpen. Daaruit groeide de judaspenning.

Het Latijnse Luna betekent ‘maan’. Dit slaat op de cirkelronde, platte schijfvrucht. Het Latijnse woord annua wil zeggen ‘jaarlijks’ of ‘eenjarig’. Dit klopt eigenlijk niet, want de soort is eigenlijk tweejarig. Pas in het tweede jaar na ontkieming bloeien de planten en worden de zilverwitte vruchten gevormd.

Lees meer...

Vanmiddag even op de kasteelkade geweest, en een paar leuke momenten gevangen.

Knokkende meerkoeten.

Lees meer...

De gewone dotterbloem (Caltha palustris subsp. palustris) is een duidelijke vertegenwoordiger van de Ranonkelfamilie waar alle leden enigszins vergiftig zijn (niet na drogen).

Lees meer...

De witgat (Tringa ochropus) is een kleine steltloper van de oude wereld. De witgat lijkt op de bosruiter, ook een vertegenwoordiger van het geslacht Tringa (ruiters).

is een vrij kleine steltloper met een donker groenbruin bovendeel en vleugels, grijzige kop en borst en witte buik en anaalstreek. Het donkere bovendeel is bedekt met witte stippen met verschillende grootte, met maximale grootte tijdens het broedseizoen en minimale grootte tijdens de winter en bij juveniele vogels. De poten en korte snavel zijn beide donkergroen. De witgat is opvallend en karakteristiek tijdens de vlucht. Zijn vleugels zijn donker van boven en onder en heeft een helder witte romp. De donkere ondervleugel is het meest opvallende verschil met de bosruiter. In vlucht heeft de witgat een karakteristieke drie-tonige roep. Zijn voedsel bestaat uit kleine ongewervelden, zoals insecten, wormen, slakken en spinnen, die hij uit de modder vist aan de randen van poelen en meren. Ook plantaardig voedsel staat op het menu. Het is geen sociale soort, desondanks komen ze soms in kleine groepen voor. De witgat is een zoetwatervogel en komt vaak voor op plekken die te onoverzichtelijk zijn voor andere steltlopers. bron: wikipedia

Reacties

De wilde kers of boskriek (Prunus avium)is een forse boom, zowel wanneer hij deel uitmaakt van homogene bossen als wanneer hij alleen staat. De hoofdstam is altijd goed ontwikkeld wat een garantie is voor de formatie van een hoge kroon met snelle groei. Zijn oorsronkelijk verspreidingsgebied is heel uitgestrekt. Waarschijnlijk van West-Siberie tot de Atlantische kust en de Britse eilanden, in het noorden tot 61 graden noorderbreeste.

Maar net als bij de andere gekweekte vruchtbomen die de mens al sedert duizenden jaren begeleiden, kan men ook hier zijn juiste gebied van herkomst niet precies aangevan. Zelfs de archeeologische ontdekkingen bevestigen de aanwezigheid van verschillende kersebomen in Europa al in het Neolithicum. Zijn verspreiding naar alle vier windstreken was verzekerd door de vogels nog voor de tussenkomst van de mens. De eerste sporen van gek weekte kersen kwamen eind 4e eeuw voor onze jaartelling uit Klein-Azie. Misschien zijn er al sinds dat tijdperk twee varieteiten gekweekt: juliana, met zachtvlezige kersen en duracina, met stevig vruchtvlees. Maar alle gekweekte kersen stammen af van een wilde kersesoort, de wilde kers of boskriek (Prunus avium). Hoewel kersen en morellen nauw aan elkaar verwant zijn, er enkele karakteristieke verschillen: de bloemen van de kersen bloeien in april en mei en vormen bloemenschermen die aan de voet een of meer groene blaadjes hebben, terwijl de bloemschermen van de morellebomen deze niet hebben. Het loof is, als het jong is van onderen behaard, terwijl het blad van de morel glad en kaal is. De kerseboom is een Piramidevormige boom, 20 tot 25 meter hoog. Hij is de vertegenwoordiger van een heel oud vruchtdragend houtachtig gewas. bron: Complete encyclopedie

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl