Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer




tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties

De toverhazelaar (Hamamelis ×intermedia) is een struik uit de familie Hamamelidaceae. Deze kruising is omstreeks 1935 ontstaan uit de soortkruising Hamamelis japonica × Hamamelis mollis. Er zijn veel verschillende cultivars in de handel. Ze worden vermeerderd door te enten op de Amerikaanse toverhazelaar als onderstam.

De struik kan 4 m hoog worden. De twijgen zijn tamelijk dicht behaard en worden later soms kaal. Op de twijgen zitten witte vlekjes. De ovaalvormige, 8-10 cm grote, donkergroene bladeren zijn aan de onderzijde behaard met sterharen, die net met de uiteinden tegen elkaar komen. De grijsgroene tot donkergroene bladeren krijgen in de herfst een gele tot geeloranje herfstkleur.
De toverhazelaar bloeit van januari tot in maart. De in clusters zittende bloemen hebben 4 meeldraden en zijn meestal lichtgeel tot heldergeel, maar ook rode, oranje en roodbruine bloemkleuren komen voor. De bloemblaadjes zijn lintvormig. De bast is grijs tot grijsbruin. De vrucht is een doosvrucht, die pas een jaar na de bestuiving rijp is. De top van de doosvrucht explodeert dan open, waarna twee glimmend zwarte zaden tot 10 m ver weggeschoten worden. bron: wikipedia


Reacties

Een aparte verschijning is de ‘kurkiep', deze heeft opvallende kurklijsten langs de takken. Een ‘kurkiep’ is geen soort, maar een individueel bepaalde groeivorm. Kurkvorming treedt regelmatig op bij de Gladde iep (Ulmus minor), maar komt ook voor bij de Hollandse iep, een kruising van de Ruwe iep en de Gladde iep. Nature Today

Reacties

Mosgal, slaapappel, bedeguar of rozengal wordt veroorzaakt door een galwespje (Diplolepis rosae) van slecht 3mm. De, tot ongeveer 5 cm, grote gallen met harige uitgroeisels, veroorzaken geen schade aan de plant. In de herfst verkleuren de gallen van groen naar rood en vallen dan pas goed op in de rozenstruiken.

Lees meer...

Wat een natte, koude dag, het lijkt wel november.

Lees meer...

In oude graven vond men staven van hazelaarshout die toen gebruikt werden als toverstaf.
Hazelaarstakken werden altijd al gebruikt vanwege hun bijzondere krachten. Men kon ermee water, mineraaladers en aardenergieën vinden.
Hij was de wichelroede die de vorm heeft van een Y. Vòòr de 17e eeuw gebruikte men hazelaartakken ook om dieven, moordenaars en schatten te vinden.


Lees meer...

De plaatjesgal of eikennapjesgal veroorzaakt door de galwesp Neuroterus laeviusculus komt voor op de bladeren van de zomereik.

De plaatjesgal wordt ook wel napjesgal genoemd omdat de randen van de platte gallen wat opkrullen, en aan een napje doen denken, een ondiep schaaltje of bakje. De kleur van de gallen kan wit, bleekroze of puperrood zijn en ze zijn 2-4 mm in doorsnee. Ze kunnen zowel aan de onderkant als aan de bovenkant van het blad zitten. Uit deze gallen komen alleen vrouwelijke galwespen.
De bevruchte galwesp legt een eitje op de nerf van het blad, waarna er op die plaats abnormale groei optreedt en er een gal ontstaat. De larve onttrekt voedsel aan de plant en wordt beschermd door de gal. Uit de plaatjesgal komt in oktober de volwassen wesp, die in een bloemknop een onbevrucht eitje legt. Deze knop groeit in het voorjaar uit tot een galappel. Hieruit komen zowel vrouwelijke als mannelijke galwespen. De eitjes van de bevruchte galwesp veroorzaken weer plaatjesgallen. bron: wikipedia


Reacties

De Satijnen knoopjesgal (Engels: Silk button spangle gall) wordt veroorzaakt door de Satijnknoopgalwesp.

Deze soort kent twee generaties. De ene generatie veroorzaakt de Satijnen knoopjesgal. De andere generatie veroorzaakt het Puistgalletje. Het is een gelletje op de onderkant van blad van Zomereik of Wintereik, 2-3 mm in doorsnee, en naar het midden dunner, vorm van een mini-donut. In het najaar valt de gal, vastzittend aan het blad, of los uit het blad op de grond. In die gal overwintert de larve.
Uit de larven in de Satijnen knoopjesgal ontstaat de bigame (♀♂) generatie galwesp.
Uit hun eitjes ontstaat het Puistgalletje, Uit het Puistgalletje komt de agame (♀♀) galwesp generatie. Uit de eitjes daarvan ontstaat weer de Satijnen knoopjesgal. werthof


Reacties

Tijdens mijn kletsnatte rondje vanmiddag, viel mijn oog op een borrelende boom, er had zich een schuimende kraag op de schors gevormd.

Eenmaal thuis, toch eens opgezocht of er wat over te vinden was, het schuim wordt gevormd door saponinen, natuurlijke stoffen die in bomen en planten met name in de bast te vinden zijn. Hoe ruwer de bast, des te meer saponinen. Daardoor zie je het schuimeffect sneller bij bomen met een ruwe bast dan een gladde bast. Deze bitter smakende stoffen bezitten eigenschappen waardoor schuim ontstaat bij uittreding aan het oppervlak (sapo = schuim) als het in aanraking komt met zuurstof (en water). Te vergelijken met een wasmiddel dus.
Saponinen hebben ook een remmende werking op indringers, zoals insectenvraat en groei van bacteriën en schimmels, een vernuftige beschermingsstrategie van de boom.
In de Tweede Wereldoorlog werd bij gebrek aan zeep, door mensen die er weet van hadden, saponine als zodanig gebruikt. SBBDrenthe


Reacties (1)

Het gewoon schildmos (Parmelia sulcata)komt algemeen voor in bossen op bomen met zure schors. Zelden wordt hij ook aangetroffen op stenen. De thallus is bladvormig gelobd. Bij droogte is de kleur grijs tot wit berijpt, bij vochtige omstandigheden blauwgroen. De iets opstaande lobben zijn zwart aan de onderkant. In het midden hebben de lobben lijnvormige geelwitte soralen (openingen waardoor algpakketjes worden weggeschoten). Soms verschijnen er grote donkerbruine vruchtlichamen.bron: angelfire

Reacties

Uit de knikkergallen van eikenbladeren werd in het verleden inkt gemaakt door toevoeging van ijzer(II)sulfaat. Deze techniek was al bekend in de Romeinse tijd. De galnootjes bevatten veel looizuur dat een verbinding maakt met ijzer(II)sulfaat. Deze verbinding is in het begin kleurloos, maar wordt zwart door blootstelling aan de lucht (oxidatie tot ijzer(III)sulfaat). In oude inkten werd daarom een extra kleurstof toegevoegd, een extract van blauwhout, zodat tijdens het schrijven de letters ook leesbaar waren. Deze kleurstof is niet lichtecht en verdwijnt dan ook op den duur.

Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl