Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

site search by freefind advanced

Verhalen en/of foto's over de Utrechtse Heuvelrug zijn welkom.... op dit mailadres

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer


tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties

In oude graven vond men staven van hazelaarshout die toen gebruikt werden als toverstaf.
Hazelaarstakken werden altijd al gebruikt vanwege hun bijzondere krachten. Men kon ermee water, mineraaladers en aardenergieën vinden.
Hij was de wichelroede die de vorm heeft van een Y. Vòòr de 17e eeuw gebruikte men hazelaartakken ook om dieven, moordenaars en schatten te vinden.


Lees meer...

De plaatjesgal of eikennapjesgal veroorzaakt door de galwesp Neuroterus laeviusculus komt voor op de bladeren van de zomereik.

De plaatjesgal wordt ook wel napjesgal genoemd omdat de randen van de platte gallen wat opkrullen, en aan een napje doen denken, een ondiep schaaltje of bakje. De kleur van de gallen kan wit, bleekroze of puperrood zijn en ze zijn 2-4 mm in doorsnee. Ze kunnen zowel aan de onderkant als aan de bovenkant van het blad zitten. Uit deze gallen komen alleen vrouwelijke galwespen.
De bevruchte galwesp legt een eitje op de nerf van het blad, waarna er op die plaats abnormale groei optreedt en er een gal ontstaat. De larve onttrekt voedsel aan de plant en wordt beschermd door de gal. Uit de plaatjesgal komt in oktober de volwassen wesp, die in een bloemknop een onbevrucht eitje legt. Deze knop groeit in het voorjaar uit tot een galappel. Hieruit komen zowel vrouwelijke als mannelijke galwespen. De eitjes van de bevruchte galwesp veroorzaken weer plaatjesgallen. bron: wikipedia


Reacties

De Satijnen knoopjesgal (Engels: Silk button spangle gall) wordt veroorzaakt door de Satijnknoopgalwesp.

Deze soort kent twee generaties. De ene generatie veroorzaakt de Satijnen knoopjesgal. De andere generatie veroorzaakt het Puistgalletje. Het is een gelletje op de onderkant van blad van Zomereik of Wintereik, 2-3 mm in doorsnee, en naar het midden dunner, vorm van een mini-donut. In het najaar valt de gal, vastzittend aan het blad, of los uit het blad op de grond. In die gal overwintert de larve.
Uit de larven in de Satijnen knoopjesgal ontstaat de bigame (♀♂) generatie galwesp.
Uit hun eitjes ontstaat het Puistgalletje, Uit het Puistgalletje komt de agame (♀♀) galwesp generatie. Uit de eitjes daarvan ontstaat weer de Satijnen knoopjesgal. werthof


Reacties

Tijdens mijn kletsnatte rondje vanmiddag, viel mijn oog op een borrelende boom, er had zich een schuimende kraag op de schors gevormd.

Eenmaal thuis, toch eens opgezocht of er wat over te vinden was, het schuim wordt gevormd door saponinen, natuurlijke stoffen die in bomen en planten met name in de bast te vinden zijn. Hoe ruwer de bast, des te meer saponinen. Daardoor zie je het schuimeffect sneller bij bomen met een ruwe bast dan een gladde bast. Deze bitter smakende stoffen bezitten eigenschappen waardoor schuim ontstaat bij uittreding aan het oppervlak (sapo = schuim) als het in aanraking komt met zuurstof (en water). Te vergelijken met een wasmiddel dus.
Saponinen hebben ook een remmende werking op indringers, zoals insectenvraat en groei van bacteriën en schimmels, een vernuftige beschermingsstrategie van de boom.
In de Tweede Wereldoorlog werd bij gebrek aan zeep, door mensen die er weet van hadden, saponine als zodanig gebruikt. SBBDrenthe


Reacties

Het gewoon schildmos (Parmelia sulcata)komt algemeen voor in bossen op bomen met zure schors. Zelden wordt hij ook aangetroffen op stenen. De thallus is bladvormig gelobd. Bij droogte is de kleur grijs tot wit berijpt, bij vochtige omstandigheden blauwgroen. De iets opstaande lobben zijn zwart aan de onderkant. In het midden hebben de lobben lijnvormige geelwitte soralen (openingen waardoor algpakketjes worden weggeschoten). Soms verschijnen er grote donkerbruine vruchtlichamen.bron: angelfire

Reacties

Uit de knikkergallen van eikenbladeren werd in het verleden inkt gemaakt door toevoeging van ijzer(II)sulfaat. Deze techniek was al bekend in de Romeinse tijd. De galnootjes bevatten veel looizuur dat een verbinding maakt met ijzer(II)sulfaat. Deze verbinding is in het begin kleurloos, maar wordt zwart door blootstelling aan de lucht (oxidatie tot ijzer(III)sulfaat). In oude inkten werd daarom een extra kleurstof toegevoegd, een extract van blauwhout, zodat tijdens het schrijven de letters ook leesbaar waren. Deze kleurstof is niet lichtecht en verdwijnt dan ook op den duur.

Lees meer...

De gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) is een boom die van nature in Zuid- en Midden-Europa voorkomt. In Nederland en België is hij sinds lang geleden ingeburgerd en wordt hij tot 30 m hoog.

Deze soort heeft stevige twijgen die dikke tegenoverstaande knoppen met bleekgroene knopschubben dragen. De bladeren zijn vijflobbig en handnervig, bovenaan donkergroen, onderaan blauw-groen tot grijsrood. De toegespitste lobben zijn ongelijk gekarteld. De bladeren verschijnen iets voor de bloemen. De bloemen zijn geel-groen en ontstaan in hangende, aan de basis samengestelde trossen, in één tros kunnen mannelijke, vrouwelijke en steriele bloemen voorkomen. Net als alle esdoorns heeft deze soort gevleugelde vruchten, die twee aan twee bij elkaar zitten. De vleugels van de vruchten vormen een scherpe tot een rechte hoek, smaller aan de basis. Deze vruchten ontkiemen de volgende lente. Ze zijn giftig voor paarden. De gewone esdoorn heeft graag een diepe frisse grond, maar groeit ook op arme slechte grond. De soort is wel gevoelig voor bladluizen en meeldauw. bron: wikipedia

Reacties

Een donker en somber bos vandaag, slechts twee foto's

Lees meer...

Ananasgal met op de achtergrond knikkergallen

Lees meer...

De knikkergal of galnoot is een gladde, ronde, 10-20 mm grote gal, die voorkomt in bladoksels van tweejarig hout van de zomer- en wintereik en wordt veroorzaakt door de galwesp Andricus kollari. De galwesp legt haar eitje in de bladoksels, waarna de boom geprikkeld wordt tot het vormen van gallen. De gal is groen, maar wordt in augustus bruin en heeft een dikke, harde wand. In de gal zit de larve van de galwesp. Eind augustus- begin september kruipt de galwesp door een op een houtworm lijkend gaatje uit de gal. De gal kan na het verlaten van de galwesp aan de boom blijven zitten.

Uit de knikkergal komen zowel mannetjes als vrouwtjes. Na bevruchting leggende vrouwtjes hun eieren op de moseik. De moseik vormt knopgallen, de zogenaamde vogelnestgallen, waaruit alleen vrouwtjes galwespen komen. Deze vrouwtjes leggen door parthenogenese hun eitjes op de zomer- en wintereik.

De vrouwtjes uit de vogelnestgallen zijn 3,5-4,5 mm lang en die uit de knikkergallen van de zomereik of wintereik 1,7-2 mm lang[1]. De mannetjes zijn 1,7-2 mm lang. bron: wikipedia

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl