Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer




tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties

Een donker en somber bos vandaag, slechts twee foto's

Lees meer...

Ananasgal met op de achtergrond knikkergallen

Lees meer...

De knikkergal of galnoot is een gladde, ronde, 10-20 mm grote gal, die voorkomt in bladoksels van tweejarig hout van de zomer- en wintereik en wordt veroorzaakt door de galwesp Andricus kollari. De galwesp legt haar eitje in de bladoksels, waarna de boom geprikkeld wordt tot het vormen van gallen. De gal is groen, maar wordt in augustus bruin en heeft een dikke, harde wand. In de gal zit de larve van de galwesp. Eind augustus- begin september kruipt de galwesp door een op een houtworm lijkend gaatje uit de gal. De gal kan na het verlaten van de galwesp aan de boom blijven zitten.

Uit de knikkergal komen zowel mannetjes als vrouwtjes. Na bevruchting leggende vrouwtjes hun eieren op de moseik. De moseik vormt knopgallen, de zogenaamde vogelnestgallen, waaruit alleen vrouwtjes galwespen komen. Deze vrouwtjes leggen door parthenogenese hun eitjes op de zomer- en wintereik.

De vrouwtjes uit de vogelnestgallen zijn 3,5-4,5 mm lang en die uit de knikkergallen van de zomereik of wintereik 1,7-2 mm lang[1]. De mannetjes zijn 1,7-2 mm lang. bron: wikipedia

Reacties

Herfstkleuren zijn een fenomeen dat bij vele bladwisselende bomen en struiken voorkomt. De kleur van de bladeren van veel bomen en struiken verschuift in de herfstmaanden gedurende enkele weken langzaam van hun gebruikelijke groene kleur naar een reeks kleuren, die varieert van geel, oranje tot rood en bruin. Aan het einde van deze periode vallen de bladeren.

Lees meer...

De wilde kers of boskriek (Prunus avium)is een forse boom, zowel wanneer hij deel uitmaakt van homogene bossen als wanneer hij alleen staat. De hoofdstam is altijd goed ontwikkeld wat een garantie is voor de formatie van een hoge kroon met snelle groei. Zijn oorsronkelijk verspreidingsgebied is heel uitgestrekt. Waarschijnlijk van West-Siberie tot de Atlantische kust en de Britse eilanden, in het noorden tot 61 graden noorderbreeste.

Maar net als bij de andere gekweekte vruchtbomen die de mens al sedert duizenden jaren begeleiden, kan men ook hier zijn juiste gebied van herkomst niet precies aangevan. Zelfs de archeeologische ontdekkingen bevestigen de aanwezigheid van verschillende kersebomen in Europa al in het Neolithicum. Zijn verspreiding naar alle vier windstreken was verzekerd door de vogels nog voor de tussenkomst van de mens. De eerste sporen van gek weekte kersen kwamen eind 4e eeuw voor onze jaartelling uit Klein-Azie. Misschien zijn er al sinds dat tijdperk twee varieteiten gekweekt: juliana, met zachtvlezige kersen en duracina, met stevig vruchtvlees. Maar alle gekweekte kersen stammen af van een wilde kersesoort, de wilde kers of boskriek (Prunus avium). Hoewel kersen en morellen nauw aan elkaar verwant zijn, er enkele karakteristieke verschillen: de bloemen van de kersen bloeien in april en mei en vormen bloemenschermen die aan de voet een of meer groene blaadjes hebben, terwijl de bloemschermen van de morellebomen deze niet hebben. Het loof is, als het jong is van onderen behaard, terwijl het blad van de morel glad en kaal is. De kerseboom is een Piramidevormige boom, 20 tot 25 meter hoog. Hij is de vertegenwoordiger van een heel oud vruchtdragend houtachtig gewas. bron: Complete encyclopedie

Reacties

Chinees klokje (Forsythia)is een winterharde heester, die al vroeg in het voorjaar prachtig in bloei kan staan met een overvloed aan gele bloemen.

Lees meer...

De kerspruim (Prunus cerasifera ‘Nigra’) is de meest voorkomende kerspruim. Het heeft opmerkelijk bruinrood blad dat het hele seizoen deze kleur houdt. De rijke bloei is roze van kleur en begint al vroeg in april. Er worden weinig vruchten gevormd.

Lees meer...

Vandaag voor het eerst dit jaar wilgenkatjes gevonden, nou weet ik alleen dat het een wilg is, er zijn meerdere soorten van deze boomsoort. Welke deze is, geen idee, ze lijken allemaal op elkaar.
Wilg (Salix) is een geslacht van tweehuizige bomen en struiken uit de wilgenfamilie (Salicaceae). Wilgen zijn bladverliezende bomen met verspreide bladstand. De knop heeft één knopschub. De bloeiwijze van de wilg heeft de vorm van een katje en groeit uit de zijknoppen van een eenjarige twijg. De wilgenkatjes zitten of staan, dit in tegenstelling tot de hangende katjes bij populieren.


Lees meer...

De kruisbes (Ribes uva-crispa) ook wel stekelbes of stekebees (in België), klapbes, kroezel, knoezel of knoeper genoemd, behoort evenals de aalbes (Ribes rubrum), de alpenbes (Ribes alpinum) en de zwarte bes (Ribes nigrum) tot de ribesfamilie (Grossulariaceae). In Vlaanderen is de term stekelbes algemeen gangbaar, de kruisbes vormt dan ook een stekelige struik.

Lees meer...

Ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van koningin Beatrix op 31 januari 1988, is deze zilverlinde geplant, in het parkje Lievendaal.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl