Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

site search by freefind advanced

Verhalen en/of foto's over de Utrechtse Heuvelrug zijn welkom.... op dit mailadres

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer


tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties

Film over jeugdzorg in de jaren '20 van de vorige eeuw. Jan wil niet deugen en wordt naar heropvoedingsgesticht Valkenheide in Maarsbergen gestuurd.

Van Zonde en Zegen from Valkenheide on Vimeo.

In 1928 was de eerste filmvoorstelling "Van Zonde en Zegen" in het Floratheater in Den Haag.

Reacties

Vanmiddag eindelijk zelf een foto bij de Kolk in Maarsbergen gemaakt, ik was er tot nog toe niet geweest. De Kolk is een verbrede spoorsloot, die als waterreservoir voor de stoomlocomotieven diende.

Toen de Kolk in onbruik raakte, is ie, zoals veel natuur in de jaren zeventig, volgestort met vuil. In de jaren tachtig is het charmante stukje natuur, door burger initiatief en veel vrijwillegers, weer in oude luister hersteld.

hier meer over de Kolk

Reacties
In de midden steentijd waren jacht en visvangst de belangrijkste bronnen van bestaan. In de nieuwe steentijd (5.300 tot 2.100 voor Chr.) schakelden de bewoners van deze streken geleidelijk over naar landbouw. Rondtrekkende jagers werden boeren die op een vaste plaats gingen wonen dichtbij de akkers en weidegronden. De overgang van het verzamelen van voedsel naar de productie van voedsel wordt gezien als één van de meest ingrijpende gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid. De gevolgen waren groot voor de leefwijze, maar ook voor het landschap.
Het zullen slechts kleine nederzettingen zijn geweest en de bevolkingsdichtheid was ongetwijfeld zeer laag. De toen gebruikelijke (zeer) extensieve landbouw werd gekenmerkt door grote oppervlaktes: één familie had veel ruimte nodig.
stenen tijdperk dorp

Lees meer...   (1 reactie)
Tijdens de ijzertijd, van circa 700 voor Chr. tot aan het begin van onze jaartelling, nam de bevolking sterk toe en werd de landbouw op de flanken van de Heuvelrug intensiever. Er ontstonden grotere complexen van kleine vierkante akkertjes, gescheiden door lage walletjes, de zogenaamde celtic fields. Restanten van deze prehistorische akkercomplexen zijn onder meer in het Leersumse Veld en Amerongen aangetroffen. Het is zeker niet uitgesloten dat dergelijke akkers ook hebben gelegen bij de nederzetting aan de Buurtsteeg. Ten gevolge van het intensievere grondgebruik nam de druk op het bos nog meer toe waardoor het meer en meer plaats maakte voor heide. Rondom het begin van de jaartelling kwam het gebied ten zuiden van de Rijn onder de invloedsfeer van het Romeinse Rijk. De grens van dat rijk, de zogenaamde Limes, lag in onze streek langs de Rijn en de Kromme Rijn. Maarsbergen lag net ten noorden van deze grens en veel weten wij dan ook niet van de bewoners af.
ijzertijddorp met celtic fields
Na de val van het Romeinse Rijk en de periode van de volksverhuizingen kwam ons land binnen de invloedsfeer van de Frankische koningen te liggen. De grootste uitbreiding kreeg het Frankische rijk omstreeks 800 onder Karel de Grote. In onze streek waren er op de noodoostflank van de Heuvelrug ook in die tijd kleine, volledig op zelfvoorziening gerichte, agrarische nederzettingen, onder andere bij Ginkel, Maarsbergen en Maarn. Het agrarische systeem was gebaseerd op een gemengd bedrijf, dat wil zeggen met hogere, drogere gronden voor akkers en lager gelegen, meer vochtige terreinen, voor de weilanden.

Lees meer...   (2 reacties)
In de vroege middeleeuwen was het gebied rondom Maarsbergen uiterst dun bevolkt. Door de bevolkingsgroei en uitbreiding van de bouwlanden nam de druk op de woeste gronden toe. Dit noodzaakte de bewoners van de streek tot striktere regels voor het gezamenlijke gebruiksrecht van de "gemene" (gezamenlijke) gronden. Daarom ontstonden in de twaalfde eeuw zogenaamde maalschappen met markenverhoudingen, of kortweg "marken". De "mark of marke", dat oorspronkelijk grens betekende, omvatte alle gemeenschappelijk gebruikte gronden (inclusief de woeste gronden) die tot een dorp behoorden.
kudde op de heide
Door de mark als burenorganisatie werd bepaald wie tot het gezamenlijke gebruik waren gerechtigd en aan welke regels gebruiksgerechtigden zich dienden te houden. Niet elke ingezetene mocht voortaan zomaar gebruik maken van "gemene gronden". Het gebruiksrecht werd verdeeld in gebruiksaandelen of "waardelen". Vooral de keuters en dagloners die een eigen bedrijf wilden starten, waren de dupe van de mark. Zij konden geen gebruiksrechten op de gemene gronden doen gelden, waardoor zij ook nooit aan voldoende plaggen en mest konden komen om een volwaardig boerenbedrijf op te bouwen. De woeste gronden waren noodzakelijk om met name de mestvoorziening van de gewaardeelde hoeven te waarborgen. Niet alleen graasde er het vee, de heidevelden werden ook gebruikt om er plaggen te steken. De humusrijke plaggen werden vermengd met mest uit de potstallen en daarna op het schrale bouwland gebracht. Om een hectare bouwland voldoende te kunnen bemesten, moest een boer beschikken over 15 tot 20 hectare woeste grond.
De Maarsbergse mark bestond uit de heide, de meent en het veen. De heide lag onder andere op de hogere, drogere, delen van de helling van de Heuvelrug en werd gebruikt om de schapen te weiden, heide te maaien en plaggen te steken. De meent lag tussen de Meersbergse Buurt en de dekzandruggen in de Gelderse Vallei. In dit lage terrein lagen de drassige gronden die als gemeenschappelijk wei- en hooiland werden gebruikt. In de natste gedeelten (het veen) werd bovendien turf gestoken. De boeren van de gewaardeelde hofsteden mochten "tot een dagwerk" turf steken. Handhaving van de regels was ook in die tijd al moeilijk. De boeren binnen de Maarsbergse mark klaagden dikwijls dat er door inwoners van Woudenberg en Leersum veelvuldig werd geplagd en heide gehaald (karrenvrachten vol zelfs) en dat zij ook hun schapen op de heide dreven en er bijenkorven plaatsten. Dit was soms aanleiding tot vechtpartijen en processen. bron

Reacties (2)
In 1134 was Maarsbergen in het bezit van een zekere ridder Fulco van Berne. In dat jaar schonk deze Fulco (door ongelukkige omstandigheden) al zijn bezittingen, waaronder ook behoorde "Merseberch cum omnibus" ofwel "Maarsbergen met alle gebruiksrechten" aan de Norbertijner Abdij van Berne (gelegen bij Heusden in Noord-Brabant).
Er werd een uithof of kloosterboerderij gebouwd op de plaats van het huidige kasteel Maarsbergen.
ridder fulco
Dit was een zogenaamde proosdij, waar de proost, een priester van de abdij, pastoraal werk verrichtte, bedrijfsleider was over het eigen landbouwbedrijf en rentmeester van de overige goederen, waaronder verpachte hoeven en landbouwgronden. De proosdij Maarsbergen was voor de Abdij van Berne in de eerste plaats een bron van inkomsten voor het levensonderhoud van haar bewoners. De invloed van de proosdij voor de agrarische ontwikkeling van Maarsbergen is groot geweest. Toen de Norbertijnen hun opwachting maakten in deze streek waren er maar enkele boerderijen. Het gebied bestond deels uit arme droge zandgronden op de Heuvelrug en drassige en natte gronden in de Vallei. De ontwatering was slecht, zodat nieuwe boerderijen alleen konden worden gesticht als het waterbeheer in overleg met naburige grondeigenaren sterk zou worden verbeterd. Hierin hebben de Norbertijnen een rol gespeeld, onder andere met de aanleg van de Heijgraaf, die werd gegraven vanuit het Zwarte Water (het gebied ter hoogte van het huidige landgoed Het Kombos en ten oosten daarvan) langs de voet van de Heuvelrug naar Woudenberg. Waarschijnlijk hebben de Norbertijnen in eerste instantie zelf geprobeerd het gebied verder te ontginnen, maar door gebrek aan menskracht werd de grond in pacht uitgegeven aan boeren. Het aantal pachthoeven is in de eerste eeuwen onder de proosdij snel gestegen. Maar al gauw konden er geen pachthoeven meer bij.
turfstekers
De overgebleven woeste grond in de mark Maarsbergen was nodig voor de bedrijfsvoering van de bestaande hoeven (plaggen steken, schapencultuur voor de mest) of was dusdanig slecht ontwaterd dat er geen landbouw kon plaatsvinden. Pas toen de Grift door de Maarsbergse Meent werd gegraven, in het midden van de zestiende eeuw, konden er enkele nieuwe boerderijen worden gebouwd in dat gebied. De Woudenbergse Grift was echter geen project van de Norbertijnen, maar werd aangelegd door de Antwerpse industrieel, Gilbert van Schoonebeke, ten behoeve van het turftransport uit de Gelderse Vallei, via de Eem naar de Zuiderzee.
De kaart van Justus van Broeckhuijsen met de 19 pachthoeven uit 1716. Deze geeft een goed beeld van het agrarisch grondgebruik in Maarsbergen, zoals dat al in de middeleeuwen was ontstaan en tot in de negentiende eeuw nauwelijks veranderde.
Omstreeks 1600 behoorden tot de abdijgoederen van Maarsbergen 19 pachthoeven. Deze staan vermeld op de kaart van Justus van Broeckhuijsen uit 1716. In het archief van de abdij is een aantal oude pachtovereenkomsten bewaard gebleven dat dateert uit de tijd rond 1550. Als regel kregen de pachters het land voor zes jaar in pacht. De grootte van de boerderijen was nogal verschillend. De pachtsommen varieerden tussen de 15 en 80 gulden per jaar. De pachters waren niet steeds stipt op tijd met het betalen van de pacht. In de 15e en 16e eeuw werden de Maarsbergse boeren regelmatig door onheil getroffen. Een aantal malen werden de boerderijen verbrand en verwoest door oorlogsgeweld of geplunderd door rondzwervende soldaten. Ook hadden ze regelmatig te lijden onder misoogsten. In sommige jaren hadden de boeren het zo slecht dat de proosdij aalmoezen moest uitdelen. Door de opkomende reformatie komt de invloed van de Abdij van Berne aan het einde van de 16e eeuw onder druk te staan. Het duurde nog tot 1648 voordat een definitief einde komt aan de proosdij en de invloed van de Norbertijnen in deze streek. In dat jaar, na het einde van de Tachtigjarige Oorlog, werden de proosdijbezittingen in beslag genomen door de Staten van Holland. bron

Reacties (1)
In 1656 komt de voormalige proosdij in particuliere handen. De zeer rijke koopman Samuel de Marez kocht Maarsbergen van de Staten van Holland. Het landgoed was een belegging en diende tevens als buitenverblijf. Bovendien moest het landgoed hem de status geven die bij zijn rijkdom paste. De Marez verbouwde het proosdijhuis tot een schitterend landhuis en liet een groots park aanleggen in Hollands-classicistische stijl, met een lengte van ruim 2 kilometer en een breedte van 450 meter. Deze historische hoofdstructuur is nog altijd in grote lijnen en deels in detail aanwezig en te zien in het landschap.

De eenvoudige boeren uit die tijd zullen ongetwijfeld met verbazing hebben gekeken naar deze aanleg, die in schril contrast stond met de moeilijke omstandigheden waarin zij in die tijd moesten leven. Want omstreeks 1660 daalden de graanprijzen en kort daarop ook de prijzen van andere producten. Deze prijsdaling duurde tot ongeveer 1750. Aan de kostenkant vormden pachtprijzen en de Ionen van het personeel (knechten en meiden) een groot probleem omdat deze hoog bleven. Hierdoor stonden de inkomens van de boeren onder grote druk. Bovendien eiste de veepest verschillende malen haar tol in de 18e eeuw. Deze "agrarische depressie" strekte zich uit over heel Europa.

Ook in Maarsbergen was de situatie moeilijk. De zandgronden leverden niet veel op (kunstmest was er nog niet) en toch moest vrijwel iedereen daarvan leven, want de gehele bevolking (ongeveer 100 mensen) leefde in die tijd direct van de landbouw. De boeren in deze streken probeerden zich aan te passen aan de ontstane situatie, maar eenvoudig was dat niet. Een aanpassing was bijvoorbeeld de tabaksteelt. Het centrum van de arbeidsintensieve tabaksteelt lag rondom Amersfoort en Amerongen, maar ook in Maarsbergen is in de 18e eeuw op bescheiden schaal tabak geteeld. Er zijn echter geen tabaksschuren uit die tijd bewaard gebleven.
De boerenbedrijven waren in die tijd echte gezinsbedrijven. Vaak was er ook inwonend personeel (knecht en/of meid). De productie van de boerderij was in de eerste plaats gericht op zelfvoorziening en slechts voor een klein deel op de markt gericht (om de pacht en het loon te kunnen betalen). De nadruk lag op de verbouw van graan. Het vee - de schapen en runderen - werden voornamelijk om de mest en minder om het vlees, de melk en de wol gehouden. Boer zijn was een zeer risicovol beroep: de oogst kon mislukken, het vee kon ziek worden. Er zijn legio voorbeelden bekend van pachters die de huur/pacht niet meer konden opbrengen en deze dienden, na verkoop van de hele boedel, vaak van de boerderij te vertrekken. Soms mochten ze nog wel verder boeren op de boerderij, maar dan was de gehele inventaris vervallen aan de kasteelheer. Soms stonden de boerderijen één of enkele jaren leeg omdat er geen pachter te vinden was die het risico durfde te nemen.

Lees meer...   (1 reactie)
Tegenover de kerk staat de vroegere hofstede "De Grote Bloemheuvel". Van deze boerderij is helaas niet meer over dan een bouwval, over de geschiedenis van dit oudste pand in de dorpskern van Maarsbergen is het volgende bekend.
De Grote Bloemheuvel behoorde, net als De Kleine Bloemheuvel, vroeger tot het Landgoed Maarsbergen. In 1717 werd zij voor het eerst genoemd, maar mogelijk is de boerderij nog ouder.

Waarschijnlijk stond in de 16e eeuw al een boerderij op deze plaats. Vanwege de ligging, aan de centrale as van het landgoed (de Heerensteeg), ontwikkelde de Grote Bloemheuvel zich net als De Kleine Bloemheuvel tot herberg. Het gebouw heeft een L-vormige plattegrond. Voor boerderijen in de omgeving van Maarsbergen is dat vrij uniek. De afwijkende vorm heeft te maken met nog een functie van het pand, namelijk die van café. Het café was de plaats van samenkomst voor de Maarsbergers. Vreemd was dat niet, omdat de rentmeesters van Kasteel Maarsbergen de pacht en de tiend lieten betalen in de Grote Bloemheuvel.

Ook werden er enkele malen per jaar hout- en boedelverkopingen georganiseerd. Bij dit soort gelegenheden dronken de pachters en de rentmeester graag een borreltje. Toen Maarsbergen in 1845 een station kreeg, werd de Grote Bloemheuvel, zeker na de verbouwing in 1889 in opdracht van jhr. Mr. K. A. Godin de Beaufort, een stationsrestauratie.

Op dat moment is de uitbouw van het voorhuis ontstaan. De oude boerderij is bij de verbouwing van 1889 zeker gedeeltelijk bewaard gebleven en is nog steeds (zichtbaar) verscholen in het huidige pand. In de zijgevel bevindt zich het wapen van Maarsbergen. bron

Lees meer...   (1 reactie)
Het raadhuis van de gemeente Maarn is in 1925 in traditionele stijl ontworpen door J. Pothoven. In 1963 en 1979 is het raadhuis met nieuwe vleugels uitgebreid.
Het aan het raadhuisplein gelegen gebouw is op een rechthoekige plattegrond opgetrokken en telt boven een boven souterrain één bouwlaag onder een met rode verbeterde Hollandse pannen gedekt schilddak met uitzwenkende dakschilden. Het dak wordt bekroond met een dakruiter met uivormige spits, terwijl op de hoeken schoorstenen staan. Het dakschild aan de voorzijde wordt aan de voorzijde doorbroken door dakkapellen onder schilddakjes. Alle vensters zijn voorzien van een roedenverdeling of glas-in-lood. De hanekam-strekken hebben natuurstenen aanzet- en sluitstenen. De luiken zijn beschilderd met een zandlopermotief.
raadhuis - maarn
De voorgevel is symmetrisch van opzet met in het midden boven een bordes met natuurstenen trapleuning een risaliet die de ingangspartij bevat. Deze bestaat uit een getoogde houten paneeldeur in een natuurstenen omlijsting. Ter weerszijden bevindt zich een smal tweedelig venster. Boven de ingang bevindt zich het wapen van de gemeente Maarn in natuursteen. Het risaliet wordt bekroond door een topgevel met steekkap. In het fronton is een liggend oeil-de-boeuf geplaatst met roedenverdeling. Ter weerszijden van het risaliet zijn in de gevel een tweetal kruisvensters met roeden en bovenlichten en halve paneelluiken gezet.
Door de ligging aan het Raadhuisplein en het plantsoen wordt het monumentale karakter van het raadhuis versterkt.
Het pand is verkocht aan Pater Vastgoed B.V. een vastgoedondernemer uit Maarsbergen, die het voorterrein en het monumentale deel van het voormalige raadhuis weer doorverkocht, voor het symbolische bedrag van € 1,-, aan de nieuwe Stichting Vrienden van het Raadhuis Maarn.
Hierdoor kunnen Dodenherdenking, de Sinterklaasintocht en de aubade tijdens Koninginnedag traditiegetrouw voor het oude gemeentehuis plaatsvinden. Ook kan het gebouw behouden blijven als trouwlocatie.
In de serre van het gebouw, aan de zijkant, komt een brasserie met terras. Wat er met het achterste deel van het gebouw gaat gebeuren, is nog onbekend.
bron:
Rijksmonumenten
Lees meer...   (3 reacties)
De hofstede De Kleine Bloemheuvel is gebouwd in het midden van de achttiende eeuw. Deze hofstede met uitspanning behoorde lange tijd tot het landgoed Maarsbergen. Voor 1750 lag hier het Kooihuis, de woning van de kooiker die wilde eenden ving met behulp van de eendenkooi De Kom.
Sinds 1960 was Motel Maarsbergen hier gevestigd.
la place maarbergen
foto: Rene Boeren
Na een grondige renovatie maakt het voorhuis van de Kleine Bloemheuvel nu deel uit van restaurant La Place. bron
Lees meer...   (1 reactie)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl