Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

site search by freefind advanced

Verhalen en/of foto's over de Utrechtse Heuvelrug zijn welkom.... op dit mailadres

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer


tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties

In de vroege uren van de eerste oorlogsdag, bezetten de twaalf manschappen van de groep Hendrikse de kazemat S-15 en de daar achter gelegen stelling. Het terrein waarop zij moeten vuren, ligt aan de andere kant van het riviertje de Grebbe. Misplaatste zuinigheid heeft het rooien van een boomgaard, in de mobilisatieperiode belet, de manschappen hebben hierdoor maar een beperkt schootsveld.

De bewapening van de groep bestaat uit een licht mitrailleur, de munitie bestaat slechts uit twaalf trommels patronen, 60 patronen per trommel, volstrekt onvoldoende voor het voeren van een langdurige verdediging. Wat zich in kazemat S-15 heeft afgespeeld, kunt u HIER lezen in het verhoor van dienstplichtig Sergeant N.Hendrikse.

Reacties

De oude steenfabriek in Elst is een aantal jaren geleden gesloten en opgekocht door Rijkswaterstaat. De fabriek is gesloopt en het terrein is grotendeels afgegraven om meer ruimte te geven aan de rivier. Het Utrechts Landschap en de lokale verenigingen wilden echter graag dat de schoorsteen blijft staan als herkenningspunt en herinnering aan de steenfabriek waar veel inwoners van Elst hun boterham verdienden. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is de schoorsteen zeer waardevol en met zijn hoogte van 50 meter een karakteristiek baken langs de rivier.

De schoorsteen is echter in slechte staat. Dat wordt vooral veroorzaakt doordat het gebruik is gestopt. Omdat het rookkanaal niet meer wordt gebruikt, vinden er chemische processen plaats waardoor o.a. het metselwerk wordt aangetast. Om de schoorsteen te behouden moet hij een flinke opknapbeurt krijgen waar veel geld voor nodig is. Samen met de werkgroep Elst & Remmerden van de Historische Vereniging Oudheidkamer Rhenen en Omstreken en de Vereniging Dorpsbelangen Elst zet het Utrechts Landschap zich in om de schoorsteen te behouden. Er is een aktie gestart, om het benodigde bedrag bijeen te brengen: Voor € 15,- beschermt u 50 stenen van de schoorsteen!
Deze aktie van Het Utrechts Landschap en lokale groepen leverde weinig op, maar eigenaar Rijkswaterstaat kon zich vinden in een compromis. Daarom wordt alleen het topje van de bakstenen kolos gesloopt en zal de resterende 32 meter van de schoorsteen een opknapbeurt krijgen. Zo blijft deze markante schoorsteen toch behouden voor Elst.
bronnen: www.rhenen.nl/www.utrechtslandschap.nl/www.rtvutrecht.nl


Reacties (3)

De steenfabriek de Blauwe Kamer is in 1975 om economische redenen gesloten. De ringoven is bewaard gebleven evenals de getopte schoorsteen. De fabriek ontleent zijn naam aan die van de uiterwaard die haar naam weer ontleende aan een hofstede, die daar stond in de zeventiende eeuw en was opgetrokken uit een blauwige steen. De uiterwaard is nu in beheer bij Het Utrechts Landschap en omgetoverd tot een rivieroeverreservaat. De ringoven, de helft van de vroeger 65 meter hoge schoorsteen en de ruïnes van de machinekamer en het pomphuis vertellen iets over het verleden van deze eens bedrijvige plek. Vandaag de dag worden de ruïnes gebruikt door grootoorvleermuizen en wilde bijen maar ook door de koniks, die daar op warme dagen verkoeling zoeken.

De Blauwe Kamer werd in 1881 opgericht, de klei werd ter plekke gewonnen uit de uiterwaard. Rondom het oventerrein is een ringdijk aangelegd. Een trein voerde de klei aan en stortte die vanaf de dijk in de mengers. De door stoom aangedreven machines mengden de klei met water en drukte de kneedbare massa in de vormen. In 1918 werd de grote ringoven gebouwd, die een centrale positie op het voorterrein inneemt. De oven telde 22 kamers waarin tijdens de hoogtijdagen van de fabriek zo'n 500.000 stenen per week werden gebakken. De oven werd met kolen gestookt. De brandstof werd per schip aangevoerd en vanaf de oever met een treintje via een oprit naar de ovenzolder gebracht.
In de jaren zestig is de steenfabriek gemoderniseerd, er werden o.m. droogruimten gebouwd in een nieuw gebouw aan de westzijde van het fabrieksterrein. De nieuwe droogkamers bieden nu onderdak aan een restaurant en een bezoekerscentrum bij het natuurgebied. De vroegere functie van het gebouw is nog steeds te herkennen aan het grote aantal schoorstenen die voor de afvoer van de warmte zorgden. bron


Reacties (1)

De Blauwe Kamer heeft haar naam te danken aan de hofstede "de Blauwe Camer" uit de 17e eeuw. De mogelijkheid bestaat dat deze hofstede dezelfde was als Snoygrevenweert (ook wel des Noyen grevenweerde), die begin 15e eeuw "gelegen in der Noeden (N.B. Nude) tusschen Wagenyngen ende der Grebbe, tot enen borchleen des huyss ter Horst"Het was een aanzienlijke hofstede die op de plaats van de steenfabriek stond. Kamer betekent oorspronkelijk 'stenen huis' en blauw was de kleur van die stenen. Verder is er niets over deze hofstede te vinden, de enige afbeelding van de hoeve staat op een kaart van H.Ruijsch uit 1636.

Reacties

Op 10 september 1945 besloot een groep motorliefhebbers uit Rhenen, om van hun club, een vereniging te maken, De Rhenense Motor Club was geboren. In eerste instantie bleef het bij wat kleine crosswedstrijden, behendigheidswedstrijden en puzzelritten. Maar op 31 augustus 1946 wordt, onder toeziend oog van de KNMV (Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging), een nationale crosswedstrijd verreden, op het terrein van landgoed “Remmerstein”. M.C.Rhenen wil eigenlijk op Hemelvaarstdag crosswedstrijden organiseren, maar krijgt van de KNMV geen toestemming, besloten wordt dan ook met de KNMV te breken en als onafhankelijke club verder te gaan. Op 18 januari 1950 wordt de MCR omgezet in MACRO-Rhenen (Motor- Auto Club Rhenen en Omstreken).

In 1955 werd voor de eerste keer op Hemelvaartsdag een cross georganiseerd op de Grebbeberg. Het parcours met zijn steile klimmen en afdalingen zorgde tot 1976 voor spectaculaire wedstrijden. In 1976 kwam de Grebbeberg in handen van Het Utrechts Landschap en was het uit met de pret. Het was daarna een poosje tobben, op het terrein van Steenfabriek Ten Cate in Lienden werden drie jaar wedstrijden gehouden, maar de wegen konden de toestroom van toeschouwers niet aan.

In 1981 werd de perfecte lokatie gevonden in zandafgraving "Kwintelooyen". Het zou in eerste instantie een eenmalig evenement zijn, maar door goed samenwerking tussen organisatie, gemeente, provincie en grondeigenaren werd de basis gelegd voor een permanente crosslocatie. Sinds 1994 is er een blijvende crossbaan, daarmee werd het ook mogelijk om een Grand Prix te organiseren. bron

Agenda 2013:
9 mei (Hemelvaartsdag) ONK solo motocross
10 mei Open beker-club motocross
6 juli Internationale Classic Motocross


Reacties (3)

De donjon van Stuivenes(t) is een van de oudste nog bestaande monumenten van Achterberg, het goed Stuivenest, of Stuvenes zoals het vroeger heette, wordt al in de middeleeuwen vermeld in de stukken aanwezig in het Gemeentearchief te Rhenen. Het goed, dat waarschijnlijk een ridderhofstede is, komt eind 15e eeuw dan via de familie Van Renen in bezit van de familie Valckenaer, die het weer overdoet aan het Agnietenconventte Rhenen.

Stuivenes ligt ten noordoosten van de weg van Achterberg naar de Grebbe, aan de Cuneraweg, niet ver van de plaats waar vroeger de kastelen Ter Horst en Levendaal gestaan hebben. De oude boerderij is in de jaren negentig vervangen door nieuwbouw, maar de donjon is behouden en gerestaureerd door de huidige eigenaar.
Sommigen beweren dat Stuivenes ook wel het Laar of Laer genoemd werd, terwijl anderen juist Levendaal als Laar betitelen, is er iemand die precies weet hoe het zit, dan graag een reactie. bron


Reacties (5)

De boerderijen en de herberg die onder aan de Grebbeberg, bij de sluis, stonden vormden vroeger het gehucht De Grebbe of de Greb. De Grebbe was in de 17e eeuw een vaste pleisterplaats voor diligences, het was ook een stopplaats op de postroute van de Rijkspost tussen Nijmegen en Utrecht. Er bevonden zich in de buurt van Grebbe ook kastelen en buitenplaatsen zoals: Leefdaal, Hamersteyn (Heimerstein)en de Blaauwe Kamer.

De Grebbesluis had twee funkties. Ze diende sinds de 16e eeuw voor het vervoer naar de Rijn van de turf, die gestoken werd in Achterberg en Veenendaal, en was inundatiesluis ter verdediging van de Grebbelinie.
De naam Grebbe zelf is afkomstig van een oud riviertje dat liep ongeveer vanuit Ede-Veldhuizen naar de Rijn. In de loop van de tijd heeft, als gevolg van de aanleg van de Bisschop Davidsgrift, in 1473 door Bisschop David en de verbetering ervan door Karel V in 1545, het oude riviertje een heel ander karater gekregen. Een andere naam voor de Grebbe was de kromme Eem. Meer informatie over de Grebbe, vind je HIER


Reacties (2)
In 1388 verbleven in Rhenen ‘armen susteren’ in een huys en hofstede, die van het stadsbestuur van Rhenen vrijdom van enige lasten en belastingen kregen. Een convent of kloosterregel was er nog niet. Uit de nalatenschap van Mr. Wouter van Renen, kanunnik ten Dom te Utrecht, kregen de zusters een behoorlijk bedrag, zodat men in 1410 kon beginnen met de bouw van een kapel. Bisschop Frederik van Blankenheim verhief in dat jaar het zusterhuis tot een convent. In 1420 vond de inwijding plaats van kapel, altaar en een kerkhof. Het complex lag aan de Kerkstraat ten noordwesten van de Cunerakerk. In hetzelfde jaar 1420 namen de zusters de kloosterregel van St. Franciscus aan. Bisschop David van Bourgondië gaf in 1470 toestemming de kapel af te breken en te verplaatsen. Ook werden een nieuw klooster en een bouwhuis gebouwd, op het terrein van de Commanderij van de Duitse orde.
Om niet gezien te worden, gingen de zusters via een onderaardse gang, de ‘kerkganck’, naar de kerk. De gang eindigde via een wenteltrap op een galerij in de kerk tegen de westelijke schipmuur die ‘solre’ heette. Of de kerkganck na de verplaatsing van het klooster in 1470 nog dienst deed weten we niet. Wel werd er in 1483 een tweede onderaardse gang gegraven. Ook kregen de zusters toestemming om vanaf het nieuwe klooster een gang (‘keldredoirganc’) onder de Kerkstraat te graven naar hun boerderij.
Tijdens de tweede wereldoorlog zijn de gangen, op een klein stukje bij de Cunerakerk na, vernield. Na de Reformatie werd het Agnietenklooster door de Staten van Utrecht in beheer genomen.
Twee nonnen zittend op de grond in een kloostercel. prentmaker - Meester van het Amsterdamse Kabinet
In 1629 werd het spul aan koning Frederik V van de Palts verkocht. Hij liet het klooster slopen en op die plaats zijn Palazzo Renense bouwen
bronnen: dbnl: De Utrechtse heuvelrug - Catharina L. van Groningen, Rijksmuseum


Reacties (2)
De ijskelder bij de buitenplaats Heimerstein werd in 1909 of 1910 gebouwd. De kelder bevindt zich aan de overkant van de Cuneraweg, tegen de Grebbeberg aan. Zoals de kelder er nu uitziet, komt hij niet overeen met de bouwtekeing uit 1909. Op deze bouwtekening is de kelder één meter diep met een rietgedekte houten kap.
ijskelder heimerstein
De aan de Cuneraweg gelegen ijskelder bestaat uit een tegen de Grebbeberg gelegen ingang, die verdiept gelegen is ten opzichte van het hellende vlak. De ingang bestaat uit twee keermuren en een trap die leidt naar een rondboogvormige ingang. De kelder bestaat uit een gewelfconstructie van baksteen, gedekt door aarde. De ijskelder is verdeeld in twee tongewelven. Het voorste gedeelte is voorzien van haken in de muur, vermoedelijk voor het ophangen van wild. De kelder is in het maaiveld deels zichtbaar.
De ijskelder is van cultuurhistorische waarde vanwege de ontstaansgeschiedenis van de buitenplaats Heimerstein, nu is de ijskelder een gemeentelijk monument en dient voornamelijk als behuizing voor vleermuizen.
bron:
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Utrechtse buitenplaatsen
Lees meer...   (3 reacties)
In 1853 wordt, door de familie Ruys, een tabaksplantage gesticht. De plantage werd genoemd naar Koning Willem III.
De plantage was 100 ha groot en er stonden 13 grote tabaksschuren en een hoofdgebouw.
In de schuren werden de bladeren gedroogd en in balen geperst. Van die 100 ha, was 55 ha beplant met tabak.
De tabaksplantage was omgeven door twee windsingels van bomen en doorsneden door een stelsel van kaarsrechte ontsluitingspaden. Resten van deze windsingels en van het padenstelsel zijn nog steeds te zien.
Rond 1860 komt er een einde aan de uitbreiding van de tabaksteelt in de Provincie Utrecht, door de opkomst van tabak uit Nederlands-Indië en het tabaksmozaïekvirus
In 1902 kwam de Plantage in handen van N.V. Cultuurmaatschappij Remmerden, die er fruit ging verbouwen. De onderneming werd in 1964 verkocht aan Cebeco, die er 30 jaar lang landbouwgewassen zou veredelen.

Sinds mei 1995 is de Plantage Willem III in handen van Het Utrechts Landschap.
bronnen:
Utrechts Landschap




Lees meer...   (1 reactie)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl