Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer




tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties
De Donkerstraat is door de Amerongers een tijdlang 'de Tulbandsteeg' genoemd, door een grappig misverstand.
Een echtpaar vierde hun 40-jarige huwelijksfeest, en een familielid had, als kado, een tulband bij de bakker besteld, het hulpje van de bakker zou ervoor zorgen, dat de tulband voor vijven op het juiste adres bezorgd werd.
Toen het familielid 's avonds op bezoek kwam, vroeg ie dan ook:
'Hoe smaakte de tulband?'
'Tulband? welke tulband?'; antwoordden de jubilarissen verbaasd.
De tulband was niet bezorgd, kwaad ging het familielid naar de bakker.
'De tulband, die is keurig op tijd bezorgd hoor.'; zei de bakker
Het hulpje werd erbij gehaald. 'Ja, ik heb hem om kwart voor vijf, bij dat huis afgegeven'
'Stommerik, dan heb je de tulband bij het verkeerde adres afgegeven, onmiddellijk er naartoe, terughalen en op het juiste adres brengen!'
Het hulpje ging naar het huis, waar de tulband beland was, daar woonden twee oude dames, die zich al hadden afgevraagd, wie die lekkere tulband gestuurd had.
De dames konden met een klein winkeltje en wat naaiwerk, net het hoofd boven water houden, dus een tulband was voor hen een enorme traktatie.
Als de bakkersknecht dan ook voor de deur staat om de tulband terug te halen, is ie mooi te laat.
Er is nog een klein schijfje van de tulband over, de bakkersknecht baalt als een stier:
'Vreet dat dan ook maar op!'
Met hangende pootjes gaat hij naar zijn baas die, woedend, voor een nieuwe tulband moet zorgen.
Dit verhaal wordt in Amerongen natuurlijk in geuren en kleuren verteld, en de volgende avond, wordt er bij de dames aan de bel getrokken.
De dames doen open en op de stoep staan een groep buurtjongens. Eén van de jongens heeft een liedje gemaakt en in koor brullen ze:
Daar heb je Geertje Pieters
Al met die grote kop
Die vrat in vijf minuten
een hele tulband op
(NB: Geertje Pieters is een gefigneerde naam)
uit: 'Ons dorp....Amerongen' van G.J.van Barneveld.




Reacties (2)

Catharina de Wael was de dochter van Adolph de Wael, heer van Moersbergen, en Occa van den Clooster. Ze moet rond 1612 geboren zijn, maar de precieze datum is niet bekend. In 1636 kiezen haar ouders, zoals gebruikelijk in die tijd in adelijke kringen, een bruidegom voor haar uit: de rijke Gelderse edelman Reinier van Raesfeldt.
Maar Catharina heeft haar hart verloren aan Johan van Oostrum, de ritmeestervan de familie. Ze weigert dus pertinent om met Reinier van Raesfeldt te trouwen. Catharina mag Johan van Oostrum niet meer zien en haar ouders dreigen haar zelfs te ontervern als ze dat wel doet. Via Catharina’s kamenier wisselen ze brieven uit, en maken ze een afspraak om plannen te bespreken om onder het huwelijk met Van Raesfeldt uit te komen.

de honden slaan aan

Johan zwemt op een avond de slotgracht over om Catharina in de tuin van Moersbergen te ontmoeten. Maar helaas Adolph de Wael heeft een stelletje alerte honden en die beginnen als dollen te blaffen. Catharina wordt in haar kamer opgesloten en haar ouders willen zo snel mogelijk een huwelijk met Reinier van Raesfeldt regelen. Ze maken een plan om Catharina zonder dat zij het in de gaten heeft, naar het kasteel van Reinier van Raesfeldt te krijgen. Met haar moeder zal Catharina een ritje gaan maken, dat zal eindigen bij Reinier.
Catharina’s kamenier echter hoort het snode plan en waarschuwt Catharina en Johan. Johan besluit Catharina te schaken.

Johan en vijf andere ruiters staan langs de route die Catharina en haar moeder volgen. Hij stopt de koets en vraagt om een moment met Catharina alleen te zijn om afscheid van haar te nemen. Occa weigert zijn verzoek, dan komen de andere ruiters tevoorschijn. De koets wordt tot stoppen gedwongen en Catharina wordt op een paard gezet. Johan brengt haar naar het huis van zijn moeder. Occa keert alleen terug naar Moersbergen.
Johan en Catharina hopen dat haar ouders nu zullen toestemmen in een huwelijk, maar haar ouders blijven weigeren. Ook bemiddeling door geestelijken, mag niet baten.
Ze besluiten het hard te spelen, en melden aan Catharina’s ouders dat ze al met elkaar naar bed zijn geweest en dat helpt.
Ze krijgen toestemming voor een huwelijk, maar Catharina wordt wel onterfd.
schaking catharina

Later als de gemoederen bedaard zijn, verzoenen Catharina’s ouders zich met het stel, en herroepen de onterving.
Uit: W. Graadt van Roggen, 'Politiek en romantiek op Moersbergen'



Lees meer...   (2 reacties)

In de top drie van spectaculaire Leersumse rechtszaken scoort de zaak tegen Willem van Doornik uit 1793/94 hoog. Van Doornik, van beroep kleermaker en textielwinkelier, was in de zomer van 1793 Maurits Versteegh opgevolgd als bode en koster na de ongelukkige schietpartij door Versteeghs zoon. De beschuldiging die tegen Van Doornik werd ingebracht, was dat hij homoseksuele handelingen had verricht (sodomie). Dat was in die tijd een buitengewoon ernstig delict, waarvoor nog in 1776 in Holland drie mannen waren opgehangen. Maar, zoals ene Jan van Heederen aan het gerecht suggereerde, mogelijk was de aanklacht een politiek geïnspireerde wraakactie:
'Zegt te hebben hoore zeggen, dat zo Willem van Doornik geen Bode was geworden, hij geen sodomiter zou geweest zijn.'
Sterker, Van Heederen noemde de namen van vier mannen en twee vrouwen die sinds Van Doorniks aanstelling als bode meermalen herrie hadden geschopt voor diens huis; onder de zes waren niet alleen twee mannen die Van Doornik van seksuele avances beschuldigden, maar ook een dochter van de afgezette Versteegh!

In de processtukken beschrijven in totaal vier jongemannen, soms heel plastisch, hoe Van Doornik hen benaderd had. Een van de vier was Cornelis van den Broek, die verklaarde dat hij in de zomer van 1792 's avonds was langsgeweest bij Van Doornik om de maat te laten nemen voor een broek. Die had hem 'in de broek getragt te tasten, zeggende:
"Hoe staat er de kleyne Kees mee?" '. Van den Broek vluchtte weg, maar Van Doornik achtervolgde hem en

tastte hem met geweld opnieuw in de broek, daarbij proberend zijn partner op te winden met uitlatingen in de trant van 'Als je bij de deern van Mores was, dan zouw je er dingen mee doen'.
Deze strategie - handtastelijkheden ingeleid door hitsige praatjes over jonge vrouwen - meldden ook de andere jongemannen die door Van Doornik waren benaderd. Een van hen, Dirk van Vulpen, vertelde aan het gerecht dat de verleidingspogingen bij voorkeur op zondag werden ondernomen, wanneer mevrouw van Doornik naar de kerk was. 'Ik hou zooveel van jouw,' had Van Doornik bij zo'n gelegenheid romantisch tegen Van Vulpen verklaard, 'ik zouw het een ander niet doen' . Dat eerste was misschien waar, het laatste zeker niet.
Begin 1794 liet Van Doornik, die toen al enige maanden in voorarrest zat, door zijn advocaat een 'Memorie' opstellen voor het gerecht om zijn onschuld te bewijzen. Het werd een pak papier van een centimeter dik, dat door zijn bombast en gezochte argumentaties nu vooral de lachlust opwekt, een opgeblazen tekst vol latijnse citaten uit Cicero en allerhande juristen, spreekwoorden, bijbelexegeses, enzovoort. Het stuk bestrijdt in de eerste plaats de rechtsgeldigheid van de getuigenverklaringen: omdat de getuigen aan de sodomie hebben meegewerkt zijn ze zelf verdacht, ze weten de precieze datum niet meer en zijn dus niet geloofwaardig, er is maar één getuige per contact dus verklaringen kunnen nooit gecheckt worden, een van de getuigen is nog minderjarig en zijn verklaring is dus niet rechtsgeldig, er zijn getuigen à decharge (bedoeld wordt dat er jongemannen in de bloei van hun leven bestaan die nooit door Van Doornik zijn lastiggevallen). En zo gaat het nog wel even door.

Vervolgens betoogt het stuk dat zelfs als de verklaringen waar zijn, er niets strafbaars is gebeurd: het betrof geen 'vrouwelijke bijlegginge' door mannen maar alleen scabreuze taal; Van Doornik sprak steeds over 'meisjes', en raakte daardoor zelf zo verhit dat hij alleen op deze wijze zijn driften kon verkoelen. Het document stelt dat dit volgens sommige medici 'gezondheidshalve gepermitteert zij' en voegt daar zelfs een literatuuropgave bij. Kortom, wat Van Doornik had gedaan was 'juist het teegenovergestelde van sodomie'. Zelfs een bijbelexegese (Genesis 38:9, het verhaal over Onan) ontbreekt niet om deze visie op Van Doorniks onschuld te onderbouwen. Ten slotte stelt de Memorie ook nog dat de aanklachten politieke motieven hebben en zijn ingegeven door afgunst.
Zowel door de aard van het delict als door het feit dat een medewerker van het gerecht de aangeklaagde was, lag de zaak buitengewoon gevoelig. Hoe hoog het gerecht de zaak opnam, blijkt uit het feit dat niet alleen extern schriftelijk juridisch advies werd opgevraagd, maar dat op de rechtszitting (5 maart 1794) twee juristen van het Hof van Utrecht persoonlijk aanwezig waren. Dit was uniek en bewijst dat het om een zeer belangrijke zaak ging. Van Doornik werd, conform het advies van de twee juristen, veroordeeld tot levenslange verbanning uit Leersum, alsmede betaling van de kosten van de rechtszaak. Eigenlijk kwam hij er daarmee genadig af. In zijn voordeel zal hebben gewerkt dat het van sodomie in engere zin, nooit gekomen was.
bron: Criminilatiteit Leersum





Lees meer...   (1 reactie)
In april 1793 vond er in Leersum een geruchtmakende affaire plaats, toen Maurits Versteegh en zijn twee zonen Hendrikus en Maurits jr. op een feestvierende menigte schoten. waarschijnlijk speelden hier politieke achtergronden mee: de oranjegezinde menigte vierde dat de Franse opmars naar het noorden in de Zuidelijke Nederlanden was gestuit (slag bij Neerwinden). Voor de voordeur van Versteegh, die fransgezind was, zongen de feestvierders provocerend oranjeliedjes. Nou was Versteegh, iemand met een kort lontje, en zelf ook niet vies van subtiele pesterijtjes. Hij behoorde als huizenbezitter, voormalig waarnemend drost, schoolmeester, koster en nog zo wat functies weliswaar tot de Leersumse bovenklasse, maar door de jaren heen had hij nogal wat mensen tegen zich in het harnas gejaagd, met zijn gedrag.
vechtpartij
Toen de menigte voor zijn deur stond te vervelen, hing Versteegh dan ook strijdvaardig met een snoeimes in de hand over zijn voordeur, ondertussen had één van zijn zoons, die zich kennelijk bedreigd voelde, een geweer gepakt en vuurde vanaf de zolder vier keer op de menigte. Bij het tweede schot was het raak: een jongetje, een man en een vrouw raakten licht gewond.
Versteegh, die als voormalig secretaris en waarnemend drost goed vertrouwd was met de gang van zaken bij het gerecht, diende in de maanden na de schietpartij tot vier maal toe een 'request' (verzoekschrift) in bij het gerecht om de affaire ondershands af te handelen. Aanvankelijk deed hij of het incident niets om het lijf had gehad, maar dat pikte het gerecht niet en uiteindelijk was Versteegh gedwongen zijn ontslag als bode en koster in te dienen en een boete van 300 gulden te betalen. Dat laatste was geen probleem, want Versteegh bezat grond en huizen met een totale waarde van f 30.000.
bron: Criminaliteit Leersum
Lees meer...
Vroeger, toen kasteel Groenestein nog in volle glorie aan de Langbroekse Wetering stond, was het gebruikelijk dat de poorten bij kastelen en ridderhofsteden op slot gingen. Op Groenestein was een knecht er verantwoordelijk voor, elke avond de poort om tien uur te sluiten. Men zegt, dat eens op een warme zomernacht, twee freules uit het kasteel het poortje hebben geopend en naar buiten zijn geglipt om langs het water te spelen. Door een noodlottig ongeval, waarvan niemand de oorzaak kent, zijn ze te water geraakt en verdronken. Sindsdien gebeurde het weleens, dat op een warme zomeravond de poort vanzelf openging, terwijl hij 's morgens weer potdicht zat. Toen dit een paar keer gebeurde, besloot men bij de poort te posten. Een paar keer gingen de deuren open, maar men zag niemand en voelde alleen de wind. Niet lang daarna beweerden mensen dat zij twee witte gedaanten bij de poort hadden gezien, die over de brug liepen en naar de wetering afdaalden en daarna geruime tijd langs de waterkant in het gras werden gezien. Men kwam tot de conclusie dat het de geesten van de twee freules moesten zijn die vroeger op die plaats waren verdronken.
Sinds die gebeurtenis liet men de poort de poort, en ging nog vroeger naar bed.
de freules van Groenestein
Dit verhaal komt uit het boekje; Kastelen langs de Wetering III van Heimerick Tromp.
Lees meer...   (5 reacties)

Op de Utrechtse Heuvelrug in de bossen en langs de forten, tref je overal varens aan. Als je het blad van de varen omdraait, zie je platte , bruine 'bootjes' zitten, de sporen. Vroeger dachten de mensen dat de plant geheimzinnige krachten bezat. Met name de sporen werd bovennatuurlijke krachten toegedicht.

Het was echter niet makkelijk om dat zaad te bemachtigen, je moest het namelijk bij de duivel ophalen. Maar ook dat was nog geen garantie voor succes, want als satan kwade zin had kon hij in één klap je krachten laten verdwijnen.

Dat overkwam een wever uit Doorn. In ruil voor het doosje met zaad, mocht hij voortaan niet meer bidden. Om het zaad daadwerkelijk te bemachtigen moest hij op Kerstavond op een kruispunt staan. Daar werd hij bezocht door tientallen enge geesten en demonen. Met veel pijn en moeite wist hij de proef te doorstaan. De blijdschap was dan ook groot, toen de buidel met het varen zaad op de proppen kwam. Nu hoefde hij nooit meer hard te werken. alle kracht zou hij onttrekken aan de magische zaden van de varen. Dolblij was de wever.

In één dag weefde hij honderd el linnen, een record! Dezelfde avond nog bracht zijn vrouw glimmend van trots het linnen naar de koopman. Terwijl de klok voor de avondmis luidde, bad zij een weesgegroetje. Dom, want door haar devoot gepeins overtrad zij de belofte aan de duivel. Met ontzettting zag de vrouw hoe het linnen veranderde in garen. De duivel had zijn werk gedaan.

Lees meer...   (3 reacties)
De machtsmiddelen van een klein gerecht als Leersum waren in de praktijk erg beperkt. Het was daarom belangrijk dat het zijn gezag onder de bevolking wist te handhaven. Meestal lukte dat wel, mensen die iets op hun kerfstok hadden zonk doorgaans de moed in de schoenen als ze voor de drost stonden. Maar wanneer incidenteel de autoriteit van de drost toch werd uitgedaagd, reageerde die als door een wesp gestoken.
chirurgijn
Dat gebeurde bij voorbeeld in 1739, in de rechtszaak tegen Johan Christian Maus, een Duitser die vanuit de hofstede Broekhuizen als arts actief was. De zaak begon simpel: Maus was langsgegaan bij een zieke klant van hem, Jacomijntje van Ginkel, om betaling van medicijnen af te dwingen. Toen zij niet kon betalen, had hij zich niet ontzien haar flink te slaan en schoppen - een nogal opmerkelijke geste voor een arts. Toen de vrouw dreigde de drost erbij te halen, was Maus' reactie: 'Ik scheyt in uw en den drost'.
Door deze uitlating escaleerde de zaak van simpele molest (goed voor een geldboete) in belediging van een overheidsfunctionaris (waarop lijfstraf stond). Maus probeerde de zaak nog te redden door zijn twee handlangers weg te sturen, maar Jacomijntje had de tegenwoordigheid van geest hen terug te roepen, zodat ze in de rechtszaak tegen Maus konden getuigen. Maus zag de hopeloosheid van zijn situatie in en vertrok met de noorderzon voordat het gerecht hem kon straffen.
bron: Criminaliteit Leersum
Lees meer...   (2 reacties)
Als er in één delict kenmerkend was in het 18e eeuwse Leersum, dan was het de vechtpartij. Die ontstond veelal in de herberg onder invloed van alcohol. De eerder beschreven ruzie tussen Woudenberg en Cruijff is, op de afloop na, in zijn verloop volstrekt representatief. In de regel ontstond er irritatie om een kleinigheid. Om het bij te leggen 'dronken' de ruziemakers 'het af', de extra alcohol leidde tot een nieuwe ruzie, en uiteindelijk ging eerst de één en dan de ander naar buiten en werd er op straat met het mes gevochten. Een reden dat dit zo vaak tot ongelukken leidde, was de traditie van het 'bekkensnijden', een populaire sport waarvan de regels waren dat je je tegenstander twee sneeën moest aanbrengen, één over de neus en één (een 'maantje') op de wang.
Je zou misschien verwachten dat bij zo'n attractie iedereen toestroomde om te kijken, maar dat was niet zo. Getuigen verklaarden altijd nadrukkelijk dat ze binnen waren gebleven toen de vechters naar buiten gingen. Ten eerste liep je natuurlijk als omstander zelf ook risico om door het mes van een van de zatlappen getroffen te worden. Wat misschien nog zwaarder woog, was dat er op deze vechtpartijen vrij hoge boetes stonden, die het gerecht omsloeg over de deelnemers, dus als je pech had ook over de slachtoffers. De basisboete was 25 gulden, maar afhankelijk van de omstandigheden kon dat oplopen tot 600 gulden. Ter vergelijking: een gemiddeld dagloon was minder dan een gulden.
bron: Criminaliteit Leersum
Lees meer...   (3 reacties)
We schrijven donderdagavond 5 maart 1739, de Leersummers Tonis Dirksen Woudenberg en Gerrit Pietersen Cruijff zitten in herberg 'King William' bier te drinken. Cruijff vraagt of Woudenberg nog een biertje wil halen, maar Tonis reageerde als volgt:'Ik wil geen schelm bier brengen.' De verontwaardige Cruijff slaat Woudenberg met zijn hoed, Gerrit slaat terug, Cruijff geeft Woudenberg een knal voor zijn harses. De heren bedaren wat en nemen er nog één, maar even later laait de ruzie toch weer op. Omstanders zien hoe Woudenberg tegen tienen de kroeg verlaat, even later gevolgd door Cruijff. Dan horen ze buiten geschreeuw, en als men gaat kijken zien ze Cruijff op de grond liggen, helemaal onder het bloed, met een steekwond tot in het hart, waaraan hij direct moet zijn overleden.
Adriaen Brouwer

De chrirurgijns van Wijk bij Duurstede en Amerongen kunnen later bij de lijkschouwing alleen maar verklaren dat hij 'door geen menselijke hulp te redden' was geweest.
Tonis die ervandoor was gegaan, vertelt het hele verhaal aan zijn kennis Poulus Aelbers, hij vraagt Aelbers om uit te zoeken of Cruijff echt dood is.
Tonis verschuilt zich zolang in de bongerd. Als blijkt dat Gerrit inderdaad dood is, beseft hij dat zijn toestand hopeloos is: 'Ik moet vluchten, sonder te weeten waar naartoe'.
De drost stelt diezelfde avond nog een onderzoek in op de plek van het drama. Hij roept direct het gerecht bijeen en krijgt nog dezelfde nacht toestemming om een arrestatiebevel wegens manslag tegen Woudenberg uit te vaardigen en beslag te leggen op diens bezittingen.

Lees meer...   (1 reactie)
Na de dood van Cunera deden zich in en rond Rhenen veel onverklaarbare gebeurtenissen voor, die als 'wonderen van Cunera' werden gezien. twee van die wonderen zijn: de verplettering van twee plunderaars in de kerk en het slappe zwaard.

De plunderaars
In het jaar 1499 werd de stad Rhenen door de Grote Garde (een groep huurlingen) van de hertog (Johan II) van Kleef ingenomen. Er werd brand gesticht en geplunderd. De kerk werd door de huurlingen niet ontzien en ze begonnen ook de graven in de kerk te plunderen. Twee ruiters die naar sieraden aan het graven waren werden plotseling bedolven onder een grafzerk door een 'mirakel der heiliger joncfrou Sinte Kuneren'. Direct daarna heeft men alle huurlingen bij elkaar getrommeld en het bevel gegeven dat niemand de kerk en andere gewijde plaatsen mocht plunderen. Daardoor is ook in de kerk de 'casse' (schrijn) van Sinte Cunera met alle kostbaarheden ongemoeid gelaten.
'Ende si verlieten doe (toen) ooc die stadt van Rienen in Sinte Kuneren handen.'

Het slappe zwaard.
In het jaar 1481 werd de stad Rhenen bestormd door de vijand. Willem Hac was burger van Rhenen en hij was onderweg naar de kerk toen hij door de vijand overmeesterd werd. Hij werd op de grond gegooid en een ruiter zette hem het zwaard op de keel. Toen riep Willem Hac Sinte Cunera aan en direct krulde het zwaard driemaal rond de hand van de ruiter. Het leek wel of het zwaard zo slap als was geworden was. Deze burger is dus gered door het mirakel van de 'heyliger joncfrou. Ende dat selve messe hanghet noch te Rienen in site Kuneren kerck dat men daer noch vinden ende sien mach'.
Meer mirakels vind je HIER en HIER

klikken om te vergroten
De overrompeling van de stad Rhenen kunnen we tot in detail bekijken op het middeleeuwse schilderij 'Inneming van Rhenen door de Geldersen (1499). Toegeschreven aan de 'Meester van Rhenen'. Het mirakel van de twee ruiters is uiterst rechts in het midden afgebeeld. De kunstenaar was blijkbaar erg onder de indruk van Cunera, want het 'wonder' van het slappe zwaard, dat in 1481 ter gelegenheid van weer een andere plundering geschiedde, is ook op dit schilderij afgebeeld. Iets boven de uitgestoken hand van de uiterst rechtse soldaat. Dit schilderij werd in 1898 aan het Rijksmuseum in Amsterdam verkocht om geld te verkrijgen voor het herstel van de afgebrande Cuneratoren.
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl