Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

site search by freefind advanced

Verhalen en/of foto's over de Utrechtse Heuvelrug zijn welkom.... op dit mailadres

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer




tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties
'Kleyne Kees'

In de top drie van spectaculaire Leersumse rechtszaken scoort de zaak tegen Willem van Doornik uit 1793/94 hoog. Van Doornik, van beroep kleermaker en textielwinkelier, was in de zomer van 1793 Maurits Versteegh opgevolgd als bode en koster na de ongelukkige schietpartij door Versteeghs zoon. De beschuldiging die tegen Van Doornik werd ingebracht, was dat hij homoseksuele handelingen had verricht (sodomie). Dat was in die tijd een buitengewoon ernstig delict, waarvoor nog in 1776 in Holland drie mannen waren opgehangen. Maar, zoals ene Jan van Heederen aan het gerecht suggereerde, mogelijk was de aanklacht een politiek geïnspireerde wraakactie:
'Zegt te hebben hoore zeggen, dat zo Willem van Doornik geen Bode was geworden, hij geen sodomiter zou geweest zijn.'
Sterker, Van Heederen noemde de namen van vier mannen en twee vrouwen die sinds Van Doorniks aanstelling als bode meermalen herrie hadden geschopt voor diens huis; onder de zes waren niet alleen twee mannen die Van Doornik van seksuele avances beschuldigden, maar ook een dochter van de afgezette Versteegh!

In de processtukken beschrijven in totaal vier jongemannen, soms heel plastisch, hoe Van Doornik hen benaderd had. Een van de vier was Cornelis van den Broek, die verklaarde dat hij in de zomer van 1792 's avonds was langsgeweest bij Van Doornik om de maat te laten nemen voor een broek. Die had hem 'in de broek getragt te tasten, zeggende:
"Hoe staat er de kleyne Kees mee?" '. Van den Broek vluchtte weg, maar Van Doornik achtervolgde hem en

tastte hem met geweld opnieuw in de broek, daarbij proberend zijn partner op te winden met uitlatingen in de trant van 'Als je bij de deern van Mores was, dan zouw je er dingen mee doen'.
Deze strategie - handtastelijkheden ingeleid door hitsige praatjes over jonge vrouwen - meldden ook de andere jongemannen die door Van Doornik waren benaderd. Een van hen, Dirk van Vulpen, vertelde aan het gerecht dat de verleidingspogingen bij voorkeur op zondag werden ondernomen, wanneer mevrouw van Doornik naar de kerk was. 'Ik hou zooveel van jouw,' had Van Doornik bij zo'n gelegenheid romantisch tegen Van Vulpen verklaard, 'ik zouw het een ander niet doen' . Dat eerste was misschien waar, het laatste zeker niet.
Begin 1794 liet Van Doornik, die toen al enige maanden in voorarrest zat, door zijn advocaat een 'Memorie' opstellen voor het gerecht om zijn onschuld te bewijzen. Het werd een pak papier van een centimeter dik, dat door zijn bombast en gezochte argumentaties nu vooral de lachlust opwekt, een opgeblazen tekst vol latijnse citaten uit Cicero en allerhande juristen, spreekwoorden, bijbelexegeses, enzovoort. Het stuk bestrijdt in de eerste plaats de rechtsgeldigheid van de getuigenverklaringen: omdat de getuigen aan de sodomie hebben meegewerkt zijn ze zelf verdacht, ze weten de precieze datum niet meer en zijn dus niet geloofwaardig, er is maar één getuige per contact dus verklaringen kunnen nooit gecheckt worden, een van de getuigen is nog minderjarig en zijn verklaring is dus niet rechtsgeldig, er zijn getuigen à decharge (bedoeld wordt dat er jongemannen in de bloei van hun leven bestaan die nooit door Van Doornik zijn lastiggevallen). En zo gaat het nog wel even door.

Vervolgens betoogt het stuk dat zelfs als de verklaringen waar zijn, er niets strafbaars is gebeurd: het betrof geen 'vrouwelijke bijlegginge' door mannen maar alleen scabreuze taal; Van Doornik sprak steeds over 'meisjes', en raakte daardoor zelf zo verhit dat hij alleen op deze wijze zijn driften kon verkoelen. Het document stelt dat dit volgens sommige medici 'gezondheidshalve gepermitteert zij' en voegt daar zelfs een literatuuropgave bij. Kortom, wat Van Doornik had gedaan was 'juist het teegenovergestelde van sodomie'. Zelfs een bijbelexegese (Genesis 38:9, het verhaal over Onan) ontbreekt niet om deze visie op Van Doorniks onschuld te onderbouwen. Ten slotte stelt de Memorie ook nog dat de aanklachten politieke motieven hebben en zijn ingegeven door afgunst.
Zowel door de aard van het delict als door het feit dat een medewerker van het gerecht de aangeklaagde was, lag de zaak buitengewoon gevoelig. Hoe hoog het gerecht de zaak opnam, blijkt uit het feit dat niet alleen extern schriftelijk juridisch advies werd opgevraagd, maar dat op de rechtszitting (5 maart 1794) twee juristen van het Hof van Utrecht persoonlijk aanwezig waren. Dit was uniek en bewijst dat het om een zeer belangrijke zaak ging. Van Doornik werd, conform het advies van de twee juristen, veroordeeld tot levenslange verbanning uit Leersum, alsmede betaling van de kosten van de rechtszaak. Eigenlijk kwam hij er daarmee genadig af. In zijn voordeel zal hebben gewerkt dat het van sodomie in engere zin, nooit gekomen was.
bron: Criminilatiteit Leersum





Reacties

dawolf op 17-12-2011 01:12
Welk een ongelooflijk verhaal ! Het zou hilarisch zijn, als het niet zo serieus was gemeend allemaal  .
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl