Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer




tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties
IJzertijd in Maarn/Maarsbergen
Tijdens de ijzertijd, van circa 700 voor Chr. tot aan het begin van onze jaartelling, nam de bevolking sterk toe en werd de landbouw op de flanken van de Heuvelrug intensiever. Er ontstonden grotere complexen van kleine vierkante akkertjes, gescheiden door lage walletjes, de zogenaamde celtic fields. Restanten van deze prehistorische akkercomplexen zijn onder meer in het Leersumse Veld en Amerongen aangetroffen. Het is zeker niet uitgesloten dat dergelijke akkers ook hebben gelegen bij de nederzetting aan de Buurtsteeg. Ten gevolge van het intensievere grondgebruik nam de druk op het bos nog meer toe waardoor het meer en meer plaats maakte voor heide. Rondom het begin van de jaartelling kwam het gebied ten zuiden van de Rijn onder de invloedsfeer van het Romeinse Rijk. De grens van dat rijk, de zogenaamde Limes, lag in onze streek langs de Rijn en de Kromme Rijn. Maarsbergen lag net ten noorden van deze grens en veel weten wij dan ook niet van de bewoners af.
ijzertijddorp met celtic fields
Na de val van het Romeinse Rijk en de periode van de volksverhuizingen kwam ons land binnen de invloedsfeer van de Frankische koningen te liggen. De grootste uitbreiding kreeg het Frankische rijk omstreeks 800 onder Karel de Grote. In onze streek waren er op de noodoostflank van de Heuvelrug ook in die tijd kleine, volledig op zelfvoorziening gerichte, agrarische nederzettingen, onder andere bij Ginkel, Maarsbergen en Maarn. Het agrarische systeem was gebaseerd op een gemengd bedrijf, dat wil zeggen met hogere, drogere gronden voor akkers en lager gelegen, meer vochtige terreinen, voor de weilanden.

Na 1000 kwam het accent sterk te liggen op akkerbouw en groeiden deze nederzettingen uit tot zogenaamde "engdorpen". De akkercomplexen, waar de akkers van verschillende boeren bijeen lagen, werden in Utrecht "engen" genoemd. De engen werden regelmatig bemest met heideplaggen die vermengd werden met schapenmest. Door de eeuwenlange bemesting vond ophoging van de grond plaats. Dergelijke sterk opgehoogde bouwlanden heten in bodemkundige termen "enkeerdgronden". Een uitgestrekt complex met opgehoogde bouwlanden ontstond langs de Buurtsteeg in de Meersbergse Buurt, waar ook de eerste boeren in onze streken hun nederzetting hadden. De boerderijen lagen ongeveer op de acht meter hoogtelijn (boven NAP). De onverkavelde weidegronden lagen voornamelijk in het vochtige gebied van de Vallei, ten noorden van het huidige dorp Maarsbergen. Tegelijkertijd vond in het noordelijk deel van Maarsbergen, in de Gelderse Vallei, een andere ontwikkeling plaats. Het gebied was voor het jaar 1000, enkele dekzandruggen uitgezonderd, nauwelijks bewoond. Voor de rest was het een vochtig terrein met tamelijk dichte bossen, dat onderdeel was van een groot "foreest", het Westerwoud.
ontginning met ossen
Vanaf het jaar 1000 is een begin gemaakt met de ontginning van dit woud. Het natuurlijke landschap was niet geschikt voor de aanleg van grote akkercomplexen, door een te sterke afwisseling in reliëf en bodemgesteldheid. Hier ontstonden geen dorpskernen, maar vonden ontginningen individueel (per boerenbedrijf) plaats. De oudste ontginningen in het Westerwoud vonden plaats op de hogere delen van het terrein. Op deze dekzandruggen werden de eerste akkers in de vorm van omheinde, onregelmatige "kampen" aangelegd. De "kamp" was de akker die behoorde tot een boerderij. Deze werd omgeven door een houtwal. De boerderijen werden op de hellingen van deze ruggen gebouwd.
De erven kwamen tussen de hoger gelegen akkers en de lagere gronden, die als wei- en hooiland werden gebruikt, te liggen. Dit is nu in het landschap ten noorden van Maarsbergen nog goed te zien. De naamgeving van de oudste boerderijen werd bepaald door de natuurlijke omstandigheden in de tijd van de eerste kolonisten. Voorbeelden van dergelijke toponiemen zijn -horst (hoogte in moerassige omgeving, bijvoorbeeld Meijenhorst), -voort of -voorde (doorwaadbare plaats, bijvoorbeeld Haksvoort). Ook het toponiem "laar" (een open plek in een bos, die vrij intensief door de mens werd gebruikt, bijvoorbeeld Rumelaar) komt veel voor in het kampen landschap van de Gelderse Vallei. De aanleg van kampontginningen vond plaats in de 11e en 12e eeuw. Daarna werden in de Gelderse Vallei, vaak aansluitend op de kampenontginning, kavelstroken in het broekland aangelegd.
Hierdoor kon dit vochtige terrein als weidegrond in gebruik worden genomen. bron
De kampontginningen bij de Haar vallen onmiddellijk in het landschap op. Zij vormen een langgerekte strook blokvormige percelen. De drie oude erven van de voormalige boerderijen De Haar (a), Eijkelenburg (b) en Mandersloot (c) die in deze ontginning liggen, zijn op een luchtfoto goed zichtbaar.

Reacties

Monique op 05-11-2012 19:24

Geweldig artikel....dit was dus waar ik het over had in mijn reactie op mijn site. Morgen zal ik een stukje plaatsen over Celtic Fields, met foto's. De Romeinen haalden het dus niet in de regio waar ik woon. Teveel leem, klei en moorgrond, dus teveel moeras. We hebben gisteren een stukje Celtic Field gevonden. Super, maar dan ook super interessant.

Bram op 06-11-2012 11:41

Je blog ziet er heel mooi uit na de vehuizing Gerrit 

mooi log met heel veel infot

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl