Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer




tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties
Ontstaan Driebergen
Twintig eeuwen geleden zien zwervende jagers en een enkele boer, de legioenen van de Romeinse keizers tot hun woongebied optrekken. De legioenen, op zoek naar de heerschappij over gehele wereld richten hier de meest noordelijke versterkte legerplaatsen in. Verder naar het noorden, vinden ze niets meer dan schrale grond en een enkel boerendorp, daar hebben ze strategisch geen belang bij.
Als de Romeinen na vier eeuwen vertrekken vinden er grote volksverhuizingen en ‘veroveringen’ plaats.
En er woeden heftige oorlogen tussen de heidense Friezen en de katholieke Franken. De Friezen zijn hier eerst de baas, maar worden rond 700 door de katholieke Franken, onder leiding van Karel Martel verslagen. In de Frankische opvatting zijn kerk en staat niet gescheiden. De koningen schenken grote stukken land aan de bisschop van Utrecht en zijn kerk. Zo wordt de kerk grootgrondbezitter en de bisschop en de kloosterheren zijn er tegelijkertijd dienaren van God en werkgevers van de bevolking, zo ook in de kleine nederzetting Driebergen.
Thribergen (de naam komt voor het eerst in 1159 in een akte voor) was in die tijd wellicht een nederzetting zonder kerk. Als plaatsaanduiding komt het pas in 1309 voor eerst voor. Kenmerkend is dat Driebergen geen curtis of vroonhof bezat van waaruit de nederzetting zich heeft ontwikkeld. Een hof lag wel in het naburige Weerdorp richting Zeist. Deze nederzetting was een leen van de bisschop van Utrecht en halverwege de veertiende eeuw in handen van de heer van Abcoude. Deze bezat ook Driebergen en het aan de andere kant van Driebergen gelegen Aderwinkel. De heer van Abcoude heeft de drie lenen tot één gerecht onder de naam Driebergen omgevormd. Door deze samenvoeging kwam een ander gerecht als enclave binnen het gerecht Driebergen te liggen, namelijk Rijsenburg.


Rijsenburg is in de dertiende eeuw ontstaan binnen de ontginning Driebergerbroek en had al een versterkt huis in 1274. De ontginning zelf werd kort na 1122 ondernomen. Rijsenburg was ook van de heren van Abcoude, maar die verkochten het. Het gerecht Rijsenburg bleef tot begin negentiende eeuw in particuliere handen. Het gerecht Driebergen kwam via de laatste heer van Abcoude terug bij de landsheer, de bisschop van Utrecht, en via de Habsburgse vorsten uiteindelijk bij de Staten van Utrecht. De hoge jurisdictie van Rijsenburg en Driebergen was altijd in handen van de bisschop gebleven en kwam via de bovengenoemde lijn ook bij de Staten van Utrecht.
De boeren uit die tijd zijn geen vrije burgers. Ze zijn in dienst van, of zelfs eigendom van, de grondbezitter. Ze zijn horigen of lijfeigenen, de opbrengst van de grond is, na de betaling van de tienden aan de kerk en na het inleveren van de belasting-in-natura, net genoeg om van te leven. De akkers worden zoveel mogelijk aan de voet van het ‘heuvelrug’ aangelegd. Er ontstaan langzamerhand hele akkerbouwcomplexen die men ‘engen’ noemt.
Het is een hard bestaan: er zijn heel wat kunstgrepen nodig om van de schrale akkerbouwgrond een goede opbrengst te krijgen. Eén van die kunstgrepen is een grote productie mest, te leveren door het vee.
Ze gebruiken er voornamelijk schapen voor. Die worden elke dag naar de hoger gelegen onontgonnen terreinen gedreven en keren ’s avonds terug in de schaapskooien bij de nederzettingen. Die kooien worden primitieve mestfabrieken: de schapenmest wordt in die kooien verzameld en daar vermengd met heideplaggen en bosgrond. Door de dieren er zelf op te laten slapen (broei door warmte) en er in te laten rondlopen (een eenvoudig roerproces) ontstaat mest van eerste kwaliteit.
De gronden in de laag gelegen ontginningen werden zowel gebruikt voor akkerbouw als weidegrond.
Met de komst van steeds meer buitenplaatsen werd de agrarische sector teruggedrongen. Eigenaren van landgoederen begonnen aan het einde van de achttiende eeuw met herbebossing van de heide, waardoor de schapenstand werd verkleind. Minder mest maakte het noodzakelijk akkerland braak te laten liggen, waardoor de prijs daalde. Die prijsdaling kwam buitenplaatsontwikkelaars goed uit om nieuwe buitenplaatsen te ontwikkelen en verdere bevolkingsgroei zorgde voor meer bebouwing op de oude enggronden. Uiteindelijk is nog maar een strookje achter Rijsenburg in gebruik gebleven voor agrarische doeleinden.
kasteel sterkenburg
De voormalige gerechten Sterkenburg en Hardenburg hebben zich niet verder ontwikkeld dan een enkele boerderij en een woontoren waaruit een kasteel is voortgekomen. Sterkenburg heeft nog een kapel gehad vanaf de veertiende eeuw tot na de Reformatie. Bij Rijsenburg gold eeuwenlang hetzelfde: stilstand. Het kasteel verdween zelfs rond 1800, maar de nieuwe ambachtsheer van Rijsenburg, P.J. van Oosthuyse, pakte de zaak rigoureus aan. Hij was eigenaar van de Driebergse buitenplaats Sparrendaal, hij had plannen Vlaamse ambachtslieden in de buurt van zijn buitenplaats te vestigen. Voor deze mensen en zichzelf wilde hij een herkenbaar katholiek godshuis hebben, niet de gebruikelijke schuur zoals de meeste schuilkerken. Koning Lodewijk Napoleon had volledige godsdienstvrijheid ingevoerd en iedere geloofgemeenschap was vrij om een herkenbaar bedehuis op te richten.
kerkplein
Oosthuyse liet een kerk bouwen in zijn Rijsenburg en aan het plein daarvoor kleine arbeiderswoningen in eenzelfde schikking als de zuilengalerij voor de St. Pieter te Rome.
Het is een uniek voorbeeld van dorpsontwikkeling uit die tijd. Van Oosthuyse en later zijn weduwe ontwikkelden ook verscheidene buitenplaatsen op Rijsenburgs grondgebied.
De komst van de spoorlijn Utrecht-Arnhem in 1844 veranderde veel,de verbeterde infrastructuur bracht Driebergen uit zijn isolement. Eerst kwam de rijke bovenlaag om er buitenplaatsen te stichten, vervolgens de gegoede burgerij om aldaar in villa’s te gaan wonen en begin twintigste eeuw vond de middenstand zijn weg naar het dorp. Na de tweede wereldoorlog groeide Driebergen uit tot één groot forensendorp, en de bebouwing van de kernen Rijsenburg en Driebergen versmolt.
bronnen: Driebergs dorpsfeest, Regionaal Historisch Centrum




Reacties

Cees op 15-01-2013 18:56

Hoi Gerrit,

Zo leer je weer eens wat, kom er zo vaak langs.

Gr Cees

stiefbeen op 15-01-2013 20:00

heerlijk om dat allemaal eens te lezen.gr. cobie en bas.

Gekke Henkie op 01-06-2015 13:58

Hoi Gerrit,

Prachtig om te lezen. Ze leer je nog eens wat. 

Nostalgische gevoelens.

Gr. Gekke Henkie.

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl