Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Menu
Zoeken op deze site

site search by freefind advanced

Verhalen en/of foto's over de Utrechtse Heuvelrug zijn welkom.... op dit mailadres

De foto’s op deze pagina zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets op deze pagina's mag worden gebruikt of gepubliceerd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur.
Copyright ©Gerrit Verwoert/utrechtseheuvelrug.punt.nl. All Rights Reserved.

Links
Weer




tellers
eXTReMe Tracker
Disclaimer
Cookies
Deze website maakt gebruik van Google AdSense om inkomsten te genereren uit advertenties van derden. Om gerichte advertenties te kunnen vertonen op de website, gebruikt Google AdSense cookies die al eerder via andere websites op jouw harde schijf zijn geplaatst.
Hoe Google gebruikmaakt van cookies in advertenties
Ontstaan Leersum

Het grote aantal van 39 grafheuvels in Leersum toont aan dat de streek al zeker 1500 jaar voor Christus bewoond was. Er ligt een groep grafheuvels op de zgn. Zuilensteinse kop, tegen de grens met Amerongen, en een groep aan de westzijde van de Darthuizerberg. Langs de Utrechtsebaan wijst een vondstconcentratie op een Neolithische nederzetting ter plekke. In het Zuilensteinse bosch hebben in de ijzertijd mogelijk meerdere nederzettingen gelegen; op drie plaatsen wijzen vondsten in die richting.

schaapskudde bij leersum

Het is eeuwenlang een dorp van eenvoudige schapenfokkers gebleven.
In de tiende eeuw ontstond door de bevolkingsaanwas behoefte aan meer cultuurland voor akkerbouw. De wildernis op de middelhoge zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug werden ontgonnen. Rond de bebouwing van een nederzetting werden deze aaneengesloten complexen bouwland engen genoemd. Veel dorpen op de Heuvelrug hadden dezelfde opzet. Er waren twee hoofdwegen, een bovenweg en een benedenweg, met het dorp als lintbebouwing aan de benedenweg en aan de overzijde aansluitend de eng richting bovenweg. De naam Leersum komt als "Hlarasheim" voor het eerst voor in de 11e eeuw, in een goederenregister van de abdij van Werden (in het Ruhrgebied). Leersum (in de samenstelling Larsemerbruck, Leersumerbroek), komt in 1262 voor het eerst voor, ook lezen we vaak de vormen "Laresheim" of "Laresheem".
De betekenis van de naam heeft betrekking op de ligging in de bossen. Bij "leer" of "laar" moeten we denken aan een bos dat door de bewoners die er dichtbij woonden gebruikt werd (om o.a. hout te verzamelen), terwijl "heim" woonplaats betekent.


enkele authentieke huizen t.o. de kerk

De bewoners woonden destijds voornamelijk rond het kruispunt van Rijksstraatweg, Kerkweg en Scherpenzeelseweg en in een aantal verspreid liggende boerderijen. Het kerkbuurtje van Leersum bij het kruispunt van wegen bestond eeuwenlang uit de kerk, een schooltje, een rechthuis en enkele woonhuizen.
De kerk van Leersum wordt voor het eerst genoemd in 1312 en was een dochterkerk van Doorn. Buiten de kern van Leersum kwam enige verspreide bebouwing voor in Darthuizen ten noordwesten van Leersum, en in het gebied ten noordoosten van Leersum over de Heuvelrug, Ginkel. In Darthuizen en Ginkel waren de enggronden geen aangesloten gebied. De eng lag tussen de Zuilenbergse berg en de Darthuizer Poort. Het areaal landbouwgrond werd in het zuiden na 1122 uitgebreid met de ontginningen van de broeklanden tegen Langbroek aan.
Op de enggronden was intensieve bemesting nodig om akkerbouw, voornamelijk boekweit, mogelijk te maken. De mest van vee was nodig tot de komst van kunstmest. De schapen waren dan ook de uitgelezen beesten die voor de mest werden gehouden. Zij namen genoegen met heidevegetatie op de hogere gronden en werden ’s nachts in de schaapskooien verzameld bij de nederzettingen. De mest die zij ’s nachts produceerden werd verzameld. De zuidelijke ontginningen werden voornamelijk als hooi- en weiland benut voor rundvee. De grote delen die bedekt waren met hoogveen werden afgegraven omwille van het turf. Dit gebeurde vooral in Ginkel, waar de turfwinning vanaf de zestiende eeuw op commerciële voet werd aangepakt. Voor de afvoer van de turf werd een vaart gegraven (Woudenbergse grift) die deels ook gebruik maakte van bestaande waterlopen. Afgegraven grond werd als landbouwgrond in gebruik genomen. De zogenaamde natte vervening, het baggeren van turf tot beneden de grondwaterspiegel, leidde tot het ontstaan van de Leersumse plassen.

leersum 1790-1800

Vanaf de Middeleeuwen is door natuurrampen en vooral door menselijke ontginning veel bos verloren gegaan en ontstonden zandverstuivingen die bewoners in hun bestaan bedreigden. Herbebossing in de 19e eeuw bracht redding op de Heuvelrug. Nieuwe bossen zorgden voor handel en nijverheid en lokten veel natuurliefhebbers naar Leersum.
bronnen: Regionaal Historisch Centrum, Wikipedia




Reacties

Bram op 19-02-2013 16:26

prachtige plaatjes bij deze uitgebreide info 

die eerst vind ik helemaal geweldig, heel fraai beeld en sfeervol  

willy Z. op 13-10-2013 23:06

Als wij zondags gingen wandel

en gingen we ook wel vaak naar de graftombe van nellestein het maakte altijd veel indruk op mij met die deur beneden en die graven .Indruk wekkende toren vond ik het en mijn moeder vertelde dan het een en ander maar wat weet ik niet meer precies.

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl